Deel 8

 

ANKE

Ik word wakker als iemand mij tegen mijn schouder duwt. Als ik me omdraai, zie ik Juliët zitten.“Goeiemorgen,” mompel ik, “Hoe laat is het ?”“Bijna half 9,” vertelt mijn vriendin, “We gaan ontbijten. Kom je mee ?”“Is goed,” mompel ik. Ik kom uit mijn slaapzak en volg haar voorzichtig de trap af. Mijn instappers gaan aan en dan volg ik Juliët naar de boerderij.

“Zo, langslaper,” plaagt Michaël als we binnenkomen. Ik zie dat ik de enige ben die nog niet is omgekleed, maar ik heb de nachtrust echt nodig. Er zijn leerlingen in mijn klas die ’s nachts in het weekend om drie uur thuiskomen van de disco. Nou, als ik dat zou doen dan hoef je mij op zondag voor het middaguur niets te vragen.De broodjes en de melk smaken geweldig. Het is ook heel fijn om met zo’n stel aan de tafel te zitten. Niet dat het bij ons thuis ongezellig is met z’n drieën, maar ik wil ook wel eens een keer met iemand anders samen eten dan mijn ouders. Juliët denkt er net zo over. Ik heb al zin in de zomervakantie die wij met elkaar gaan doorbrengen.

Een uur later zijn we met z’n tweeën in onze kleedkamer. We kleden ons om en als we gereed zijn, gaan we tegenover elkaar staan en pakken we elkaars handen vast. Haar rechterhand pakt mijn linkerhand en mijn rechterhand haar linkerhand. Dan brengen we de handen naar elkaar toe, zodat onze linkerhanden elkaar kunnen vastpakken en onze rechterhanden ook. Links onder, rechts boven. Het is een vast ritueel dat we doen in de kleedkamer op elke wedstrijddag. Een soort gelukswens en tegelijkertijd een teken van echte vriendschap tussen ons twee. Van dit ritueel weet niemand. De jongens niet, onze ouders niet, Ben en Michaël niet. We hebben het samen bedachte op de eerste dag dat we samen een wedstrijd speelden en het is altijd iets van ons gebleven. Als één van ons afwezig is, doet de ander het met een trainingsjas.

“Anke,” zegt Juliët, “Ik moet je iets vertellen.”We gaan naast elkaar op de bank zitten.“Gisteravond toen jij sliep, ben ik gaan wandelen met Sander,” vertelt Juliët, “En ik heb hem verkering gevraagd.”“Echt ?” fluister ik. Natuurlijk weet ik dat ze hem leuk vindt.“Het was zo fijn,” vertelt ze, “We hebben elkaar gekust en zijn met Yvo en Tina teruggelopen.”“Gaaf joh,” ik geef haar een omhelzing, “Dus jullie hebben verkering en Yvo en Tina ook ?”Zij knikt, maar haar gezicht betrekt plotseling.“Vind je het niet erg ?” vraagt ze, “Wij waren tot nu toe onafscheidelijk.”“Nee, ik vind het echt leuk voor je,” meen ik, “En buiten dat, ik kan toch niet met jou trouwen ?”Juliët glimlacht. “Je kunt wel altijd mijn beste vriendin blijven,” zegt ze.“Natuurlijk doe ik dat,” we pakken elkaar even om de schouders. Dan zijn we klaar voor de wedstrijd en gaan we het trainingsveld op.

MAARTEN

Doel: Jochem
Laatste man: Frank (aanvoerder)Achter (v.r.n.l.): Yvo, Pim, Maarten
Midden: Thijs, Dolf, Anke
Voor: Sander, Ruud, Juliët
Reserve: Leon, Harm en Victor

Linksachter. Ik moet die snelle rechtsbuiten van Achilles ’54 uitschakelen. Met mijn snelheid moet dat lukken. Ben heeft me aangegeven dat ik hem in geen geval onderuit mag halen.Leon begint op de bank en Harm wilde wel plaatsmaken voor Ruud in de spits. Ik sta dus nu letterlijk achter Anke en wie haar onderuit durft te halen, is in mijn buurt niet meer veilig.Harde schoten van afstand, een snelle rechtsbuiten. Het klinkt gevaarlijk. Scheidsrechter is de heer Wiekens.“Jullie boffen,” heeft een speler van Rood-Wit straks tegen mij gezegd, “Hij is de beste die we hebben.”Frank wint de toss en hij kiest eerst het doel bij de kantine. In de tweede helft voetballen we dan naar de kantine toe en hebben we de dug-out op onze helft.Nu sta ik vlakbij de dug-out van de Brabanders, die de afrap verrichten. Meteen gaat de bal naar de rechtsbuiten. Maar ik ben er net iets eerder bij en tik de bal naar Anke. Die passeert haar mannetje en speelt de bal dan naar Ruud. Een hard schot op doel volgt en tot mijn grote verbazing vliegt de bal precies in de kruising.Naast mij klinkt een grove vloek en ik zie de coach van Achilles woedend zijn map op de grond smijten. De glimlach van Michaël ontgaat me evenmin. Leon en Nadine staan te dansen langs de lijn en Tina klapt opgetogen in haar handen.

Maar de Brabanders zijn nu wakker en gaan fel in de duels. Eén van hun spelers haalt opeens uit van bijna 30 meter en dan moet Jochem gestrekt naar de hoek om de gelijkmaker te voorkomen.We komen allemaal terug, behalve Sander en Juliët, bij de hoekschop van Achilles. De bal draait gevaarlijk in, maar Jochem heeft de bal klemvast en gooit dan uit naar Dolf, die de bal meteen naar voren passt. Daar staat Juliët en die mag zomaar doorlopen naar de keeper van Achilles. Hij komt uit en probeert de bal te spelen. Die mist hij, maar zijn been schiet door en pakt dan Juliët net boven de rechterenkel.Met een schreeuw valt ze op het gras en ze blijft kreunend van de pijn liggen. Ik zie de doelman met een grijns teruggaan naar het doel.De scheidsrechter en ik zijn tegelijk bij Juliët. Na ons volgen Anke en Sander. Ben is er ook al. Aan de lijn staan Tina en Nadine geschrokken te kijken.

Waarom protesteren die jongens van Achilles nou zo bij de scheidsrechter ? Moet die keeper van het veld ? Ja zeg, de scheidsrechter heeft hem een rode kaart getoond. Wij krijgen een vrije trap, maar zij moeten wisselen van keeper en we staan na nog geen kwartier spelen met een man meer in het veld én een 1-0 voorsprong.

Juliët ligt nog steeds en Anke is bij haar neergeknield. Ruud en Dolf zij er ook al bij. Leon loopt zich warm en de scheidsrechter komt weer naar ons toe om te vragen hoe het met Juliët is. Die schreeuwt het bijna uit als Ben een natte spons op haar been legt.“Kan ik helpen ?” Nadine komt naar ons toe, “Ik heb EHBO.”Als Ben ziet dat Nadine Juliët wat rustiger krijgt, laat hij haar haar gang gaan. De voetbalschoen gaat uit en de sok en scheenbeschermer worden ook verwijderd. Anke heeft Juliëts hand vast en probeert haar te troosten.“Is het gebroken ?” vraagt Juliët snikkend.“Ik moet van die ijszakjes hebben,” zegt Nadine, “Als we voorzichtig zijn, kunnen we haar naar de kant brengen.”Michaël vloekt een keer binnensmonds als hij bij ons is gekomen. Wat is dat toch voor een gevloek vandaag ? En het is nog wel zondag !

De tegenstander is al weer met de scheidsrechter bezig als die ons weer verlaten heeft. Ik zie de keeper nog altijd op doel staan met de bal in zijn hand. Ons hele team heeft zich inmiddels verzameld rondom Juliët.Een man van de organisatie komt naar ons toe, gevolgd door drie andere mannen met een brancard.“Ik heb de dokter gebeld,” vertelt hij, “We zullen het meisje naar de bestuurskamer brengen, dan kan de dokter haar onderzoeken.”De mannen tillen Juliët op de brancard en alleen Ben gaat mee als ze naar de bestuurskamer verdwijnen. Het is een trieste aftocht en we staan er allemaal een beetje beteuterd bij te kijken. Nadine loopt achter Ben aan en hij pakt haar hand vast. Anke zit verslagen op het veld met haar hoofd op haar knieën. Tina gaat naast haar zitten en probeert haar te troosten.

Leon en Harm komen erin voor Juliët en Anke. Dolf schuift naar links, Ruud terug naar het middenveld, Harm in de spits en Leon op linksbuiten. Het is al half twaalf geweest. We hebben 20 minuten stilgelegen.Maar waar zijn de tegenstanders ? Ik zie er nog maar zes of zo langs het veld en de rest is weg.“Hé, kom eens,” zegt één van de rood-wit-blauwen als ik mijn eigen positie wil innemen. Het is de rechtsbuiten.“Hoe is het met dat meisje ?” vraagt hij.“Er komt een dokter naar haar kijken,” vertel ik.“Gemeen van Peter,” meent de jongen, “Maar hij heeft er een schurfthekel aan dat een meisje tegen hem scoort.”“Waar is de rest van jullie ?” wil ik weten.“Bij de organisatie,” grinnikt een andere jongen, “Peter wil er niet uit, de scheidsrechter wil niet verder spelen als hij er niet uitgaat en onze coach wil niet verder als hij eruit moet.”Er klinkt gefluit. Het is de Brabantse coach die zijn jongens wenkt.“Kom maar hier,” roept hij, “Het is afgelopen.”Afgelopen ? We hebben nog geen kwartier gespeeld.

FRANK

Michaël en ik moeten ons bij de organisatie melden en daar wordt ons verteld dat het team van Achilles niet verder wil spelen tegen ons. Dat houdt in dat de 1-0 die er nu staat reglementair in een  1-0 eindstand wordt veranderd en wij dus naar de finale gaan.Maar als ik de stemming binnen het team bekijk, dan heeft niemand meer zin om vanmiddag nog een wedstrijd te spelen. Sanders gezicht staat op zwaar onweer, Anke zit nog altijd in de dug-out met Tina bij haar.“Laat hen maar even zitten,” zegt Yvo.“Wat gaan we doen, Frank ?” vraagt Harm.“Ik stel voor dat we eerst maar wat gaan eten,” meen ik, “Dan zal ik eens gaan informeren hoe het met Juliët is.”“Goed plan,” Sander slaat me op mijn schouder en dan begeef ik mij naar de bestuurskamer. Iemand van de organisatie staat voor de deur, maar maakt plaats als hij mijn aanvoerdersband herkent.

Juliët zit op een stoel met haar rechterenkel in ijs verpakt. De pijnlijke grimas van haar gezicht is verdwenen en ik zie aan het gezicht van Nadine dat het niet zo ernstig is.“Ik kan er alweer een stukje op lopen,” vertelt Juliët.“Je hebt geluk gehad dat je scheenbeschermers droeg,” geeft de arts aan, “Die scheenbeschermer heeft de hardste klap opgevangen. Daarom is het bij een kneuzing gebleven.”Ben geeft de dokter een hand.“Bedankt dat u zo snel wilde komen,” zegt hij.“Dat is mijn werk,” verklaart de arts.Juliët geeft hem ook een hand en dan blijven Nadine en ik natuurlijk niet achter. De man die straks als eerste hulp kwam aanbieden namens de organisatie, biedt de dokter een kop koffie aan.“Ja, wij gaan maar eens verder,” vindt Ben, “Is het nog altijd 1-0, Frank ?”“Dat zal het ook blijven,” grinnik ik, “Want de wedstrijd is afgelopen.”Drie paar ogen kijken me vragend aan.“Dat legt Michaël wel even uit,” geef ik aan, “Ik ga Anke ophalen. Zij wil je denk ik heel graag zien.”

In de kantine zit ze niet, dus ik weet dat ik haar in de dug-out moet zoeken. Met een sprintje steek ik het veld over en inderdaad zitten Anke en Tina nog altijd op de bank.“Hoi,” groet ik, “Mag ik er even bij komen zitten ?”“Kom maar,” knikt Tina en dan zie ik pas dat Anke haar ogen heeft gesloten en met haar hoofd tegen Tina’s schouder ligt.“Alsof ze vannacht nog niet genoeg heeft geslapen,” mompelt Tina, “Hoe is het met Juliët ?”“Haar scheenbeschermer heeft erger voorkomen,” vertel ik, “Het is gekneusd en ze kan dit toernooi niet meer meedoen, maar kan er wel bijna weer op lopen.”“Dat valt echt reuze mee,” vindt Tina, “Anke was al bang dat Juliët nooit meer zou kunnen voetballen. Het zag er ook heel gemeen uit wat die keeper deed. Zelfs die Belgische jongens waar jullie gisteren tegen gespeeld hebben, scholden die keeper uit voor klootzak en nog veel meer lelijke dingen.”“Hij mag dit toernooi in ieder geval niet meer meedoen,” vertel ik.“Eigen schuld,” Tina wrijft een vlieg weg van Ankes schouder. Het meisje wordt wakker en geeuwt een keer.“Heb ik geslapen ?” vraagt ze zacht.“Het zag er wel zo uit,” meen ik, “Ik wil je eigenlijk naar Juliët brengen. Ze zit in de kantine.”“Hoeft ze niet naar het ziekenhuis ?” vraagt Anke.“Nee, er is niks gebroken,” vertel ik.

Opgelucht lopen Anke en Tina mee naar de kantine, waar Juliët een broodje zit te eten. Niet alleen ons team zit bij haar, maar ook de jongens van Groen-Wit. Ja, na die spontane bal naast het doel van gistermorgen kan Juliët bij dat team natuurlijk niet meer stuk.Er staat nog iemand aarzelend bij de deur. Iemand met een rood-wit shirt en een blauwe broek.“Hé,” de jongen houdt me tegen en dan zie ik dat het de rechtsbuiten is van Achilles.“Wat is er ?” informeer ik.“Mag ik verder komen ?” vraagt hij.“Natuurlijk,” merk ik op, “Het is geen verboden terrein hier.”“Maar al die jongens,” mompelt hij, “Straks werden we uitgescholden. Ik wil even naar het meisje toe.”Hij loopt met mij mee en gaat bij Juliët zitten.“Hoe is het ?” vraagt hij haar.“Gekneusd,” zucht Juliët, “Einde toernooi.”“Het spijt me heel erg,” meent de jongen, “Ik had liever gehad dat jullie ons helemaal van de mat hadden gespeeld, dan dit.”“Jij kunt er niets aan doen,” zegt Juliët.“Nee, weet ik wel,” knikt de jongen, “Maar ik schaam me zo dat mijn team dit op zijn geweten heeft.”“Dat hoeft niet,” vindt het meisje, “De enige die zich moet schamen, is jullie keeper.”“Die durft hier niet eens meer binnen te komen,” zegt de jongen, “Hij is bang dat hij ter plekke vermoord wordt.”“Hij moet in ieder geval bij mij uit de buurt blijven,” gromt Sander.“Bij mij ook,” verkondigt Leon en er knikken meer jongens, ook van Groen-Wit.De jongen knikt en druipt dan af alsof hij zelf de dader is.