RUUD
Gelukkig gaat iedereen direct na het douchen terug naar de boerderij. In colonne wandelen we langs de weg waar nu al bijna geen auto meer rijdt. Ik ben trouwens benieuwd wat we te eten krijgen. Chinees vind ik best lekker, maar dat hoeft niet elke dag. Dan is de lol er snel af.
Maar als we dichtbij de boerderij komen, ruiken we al wat de pot vanavond schaft. Franks broertje Erik springt bijna een gat in de lucht.
“Pannenkoeken !” juicht hij, “We krijgen pannenkoeken !”
Inderdaad blijkt dat de boerin een hele stapel heeft gebakken en met ons team plus broers, zussen en ouders wil die stapel natuurlijk wel op. We zitten gelukkig in een kring op het erf. Een oud gasfornuis staat buiten onder een raampje en de boerin bakt er vier tegelijk. Op elke pit staat een pan. Er is stroop, poedersuiker en gewone suiker en voor degene die een pannenkoek wil met stukjes ham, kaas of spek, bakt de boerin er zoeen.
Weldra is iedereen aan het smullen van het plastic bord dat hij heeft gekregen. In een koelkast, die een eind verder buiten staat, staan flessen frisdrank. Ben, Michaël en een aantal vaders gaan rond met de flessen. Het is heel gezellig en zo’n pannenkoek gaat er natuurlijk wel in na twee wedstrijden en enkel wat broodjes. Net als gisteren had ik een goede dag vandaag. Ik heb de volle tijd meegespeeld en ik heb weer gescoord, al was het deze keer niet zo’n belangrijk doelpunt als gisteren. En vanavond is er een feestje.
Ik zie Anke en Juliët samen van één pannenkoek eten. Beiden hebben een uiteinde van een opgerolde pannenkoek in de mond en eten naar elkaar toe. Edith kijkt er met een glimlach naar.
Harms zus Tina heeft een nog korter t-shirtje aan dan gisteren. Ik heb Yvo al een paar keer naar haar zien kijken. Toch raar dat die jongen haar wel leuk vindt, maar niks moet hebben van Anke en Juliët. Leons vriendin Nadine zit bij hem. Het gaat gelukkig een stuk beter met Leon. Fijn dat Nadine de hele dag is gebleven, dat heeft hem zeker goed gedaan.
Dolfs zusje Yvonne mag om mij straks na het eten meteen vertrekken. Man, wat zeurt dat kind. Hoe vaak die meid het laatste half uur een zin heeft gezegd die begint met “Ik wil” of “Ik wil geen”. Bah, Nick, Erik en Dennis, de drie E-jongens die vandaag hebben gekeken, zitten bij elkaar, maar ze willen niet dat Yvonne bij hen komt zitten.
PIM
Ze zijn erg lekker, maar na drie pannenkoeken hou ik het toch voor gezien. Ik pak een glaasje cola en dan verdiep ik mij in het programmaboekje. Morgen spelen we de halve finale tegen Achilles ’54 uit de buurt van Eindhoven. De Brabanders verloren hun eerste wedstrijd, maar wonnen de andere poulewedstrijden en werden alsnog poulewinnaar. Vanmiddag speelden ze 2-2 gelijk en wonnen ze na strafschoppen. Een gemakkelijk scorend team, dat echter ook tegendoelpunten kan incasseren. Ik maak me echter wel enige zorgen. Ze hebben een rechtsbuiten die minstens zo goed is als Sander en spelers die penalty’s, vrije trappen en ballen van 25 meter afstand er net zo loeihard in knallen als Ruud. Vooropgesteld dat ik speel, kan het voor mij morgen wel eens een loodzware pot worden.
“Wat kijk je zorgelijk,” Michaël komt bij mij zitten.
“Ik denk aan de wedstrijd van morgen,” mompel ik.
“Ja, het wordt nou menens,” grinnikt Michaël, “De beste vier teams zijn nog over voor de grootste beker, dus de twee wedstrijden van morgen zullen niet zo gemakkelijk meer gaan als vandaag. Ik verwacht dat Achilles zeker net zo god is als Groen-Wit.”
“Beter,” denk ik, “Die rechtsbuiten is supersnel en ze schieten van 25 meter keihard in het doel.”
“Maar wij hebben een goede verdediging,” meent onze assistent-scheidsrechter, “En een hele goede keeper.”
Jochem grijnst even.
“Gaan jullie winnen ?” vraagt Nick van E1 aan Michaël.
“Dat weet ik niet,” antwoordt deze, “Komen jullie morgen weer kijken ?”
“Ik wou dat ik hier mocht blijven vannacht,” zegt het jochie.
Dat is typisch Nick. Als het gezellig is, wil hij er graag bij zijn. Het is jammer dat de E-pupillen van ooit nooit naar zo’n meerdaags toernooi gaan. Ik zou mij direct opgeven als vrijwilliger om mee te gaan.
Nadine zal in ieder geval wel blijven. Zij is vanmorgen met Leons ouders en zusje meegekomen en na onze wedstrijd tegen Groen-Wit zijn de laatste drie weer vertrokken.
Ik zie de ouders van de drie E-pupillen met elkaar overleggen. Even later komt Nick teleurgesteld naar ons toe.
“Ik mag niet,” zucht hij, “Dennis wil niet blijven en Erik mag niet van zijn ouders. En daarom vinden mij ouders het ook niet goed.”
“Misschien gaan we morgen nog wel weer kijken,” belooft Nicks vader zijn jongste telg.
Maar zo teleurgesteld als op het moment dat hij weggaat, heb ik Nick nog nooit gezien.
“Van mij had hij mogen blijven,” zegt Maarten, die bij ons zit, “Maar mijn ouders wilden hem niet voortrekken ten opzichte van zijn vriendjes.”
Het “Ik wil naar huis” dat Yvonne, Dolfs zusje, even later laat horen, stemt tot algemene tevredenheid bij het team.
“Ik hoop niet dat ze morgen komt kijken,” moppert Dolf, “Ze haalt me volledig uit m’n concentratie als ze met opa meekomt.”
“Je opa zal ook wel wijzer zijn,” meent Ruud.
“Gelukkig wel,” zegt Dolf, “Die man heeft geen moment rust als hij haar meeneemt.”
Behalve Nadine is alleen Tina gebleven. Zij zit bij Anke en de twee kijken naar Ben en Michaël die een tweetal vuurkorven voorzien van hout. Het schemert al behoorlijk en dan is zo’n vuurtje wel lekker.
Met aanmaakblokjes wordt het hout aangestoken. De stoelen gaan in een kring, hoewel niet het hele team in de kring gaat zitten. Frank en Maarten gaan rond met frisdrank. Toffe boel hier.
YVO
Waar ik stiekem op gehoopt heb, gebeurt ook. Als het vuur een kwartier brandt, geeft Anke aan dat ze gaat slapen. Zij is moe en ik neem maar wat graag haar stoel over, zodat ik naast Tina zit.
“Zo,” begin ik, “Geniet je een beetje van het toernooi ?”
“Ja, jullie doen het goed,” meent Tina, “Ik hoop dat jullie winnen.”
“Morgen hebben we twee zware wedstrijden,” voorspel ik, “Maar ik vind het leuk dat je komt kijken.”
“Dat zeiden Anke en Juliët ook al,” vertelt Tina, “Ach, ik heb vakantie. Op school ben ik erg druk geweest, dus ik vond het nu tijd worden voor wat ontspanning.”
“Wat doe je zoals in de vakantie ?” wil ik weten.
“Ik hoop dat het mooi weer blijft,” geeft ze aan, “Dan ga ik het pinksterweekend naar mijn neef in Friesland om te duiken.”
“Duiken ?” vraag ik verwonderd.
“Ja, je weet wel, in zo’n duikerspak met een zuurstoffles op je rug,” legt Tina uit, “Mijn neef is instructeur. Vorig jaar ben ik een weekend bij hem geweest en toen zijn we vijf meter onder water geweest. Het was geweldig.”
“Gaat Harm ook mee ?” vraag ik lachend.
“Nee, hij mag niet van zijn ouders, omdat hij pas 12 is,” zegt Tina, “Ik had gehoopt dat één van mijn vriendinnen mee zou willen, maar ze vinden het allemaal eng.”
“Vind jij het niet eng ?”
“Nee, helemaal niet,” Tina kijkt me even aan, “Als je zorgt dat je materiaal perfect in orde is en je neemt geen risico’s, dan kan je niet veel gebeuren. Bovendien gaat Jelke, zo heet mijn neef, altijd met me mee in het water. Hij zou het zichzelf nooit vergeven als mij iets zou overkomen.”
“Dus je gaat alleen naar Friesland ?” begrijp ik.
“Ja,” zucht Tina spijtig, “Het ziet er wel naar uit.”
“Is het moeilijk, dat duiken ?” vraag ik.
“Ik vond het wel meevallen,” vertelt Tina.
“Het lijkt me best leuk om het een keer te doen,” nu hoop ik dat ze de hint begrijpt.
Ze glimlacht een keer, maar zegt verder niets.
“Als je niet alleen naar Friesland wilt,” meen ik “Ik bedoel…..eh…..misschien…..” Hè, verdorie, wat zit ik nou te stamelen.
“Kun je wel zwemmen ?” plaagt ze.
“Ik heb twee diploma’s,” verzeker ik haar.
Ze grinnikt. “Dat was maar een grapje,” zegt ze, “Maar waarom zou jij met me mee moeten ?”
“Omdat het me best wel leuk lijkt om te leren duiken,” antwoord ik, “En het lijkt me ook best leuk om jou wat beter te leren kennen om te kijken of je echt zo’n toffe meid bent als ik denk dat je bent.”
Zo, dat is eruit. Poeh, dat kost bijna net zoveel zweten als die wedstrijden hier.
Tina is stil geworden. De glimlach is verdwenen. Ik kan niet bespeuren wat ze nu voelt. Is ze geschrokken ? Verbaasd ? Verontwaardigd misschien ?
“Tina ?”
Ze slikt even en kijkt me aan.
“Weet je dat dat nog nooit een jongen tegen mij gezegd heeft,” fluistert ze dan.
Ik glimlach,
“Zullen we even gaan wandelen ?” stel ik voor, “Dan kunnen we samen met elkaar kletsen zonder dat de anderen het horen.”
“OK,” knikt ze.
Als ik met Tina langs de weg loop, wens ik dat deze avond nooit voorbij zal gaan. Samen met het leukste meisje dat ik ken, in de avondschemering, zonder iemand om ons heen.
Bij een beek slaan we een bospad in en we lopen totdat we zeker weten dat we vanaf de weg niet meer te zien zijn. Daar gaan we langs de beek zitten.
Dan komt snel een moment dat ik nooit zal vergeten: het moment dat we elkaar kussen. We hebben elkaar vast bij de schouders en zoenen een hele tijd. Tina’s schouders zakken langzaam op de grond en ze pakt me om mijn middel als ik bij haar ga liggen. Wat een heerlijke zomeravond.
SANDER
Het wandelen met Juliët is mij gisteren zo goed bevallen dat ik het vandaag graag overdoe. Op het moment dat het kampvuur brandt, loop ik naar haar toe en vraag ik of ze zin heeft om weer een eindje te gaan lopen. De glimlach op haar lieve gezicht verraadt me genoeg.
Ik heb Yvo met Tina gezien, hij heeft een oogje op haar, maar Tina zit met Anke bij het vuur. Die meiden kunnen ook goed met elkaar opschieten. Juliët mag Tina ook erg graag. Over het algemeen kan ik ook wel aardig met meiden. Dolfs zusje is echter een uitzondering. Ik geloof dat het hele team haar wel weg kan kijken. Zelfs de drie E-pupillen die met ons mee hebben gegeten, moeten helemaal niets van haar hebben, het nest.
Hand in hand wandelen Juliët en ik langs de weg. Even voorbij een brug is een bospad langs de beek. Gisteren zijn we daar ook geweest. We lopen door tot het bankje en daar gaan we op zitten. Zij en ik samen.
Even denk ik terug aan de wedstrijd van vanmiddag. Ik zie Juliët met de bal het strafschopgebied inlopen en die knaap van Purmersport haar ondersteboven stoten alsof ze een kegel is van een kegelbaan. Natuurlijk ben ik direct naar haar toe gerend en ik zag dat ze bijna geen adem meer kon halen. Gelukkig kwam Ben snel. Als Juliët niet meer had kunnen spelen, was die lul uit Noord-Holland nog niet jarig geweest. Misschien had ik hem wel zo’n schop verkocht dat hij tot de zomervakantie niet meer had kunnen voetballen.
Maar het is goed afgelopen en het meisje om wie ik zoveel geef, zit naast me op het bankje. Gek eigenlijk, er zitten best aardige meiden bij mij in de klas. Maar geen van hen is zo leuk en lief als Juliët,
“Sander,” zegt ze opeens.
“Ja ?”
“Ik geloof dat ik verliefd op je ben,” ja, ze zegt het echt. Mijn hart gaat sneller kloppen.
“Wil jij mijn vriend zijn ?” vraagt ze dan.
Als antwoord sla ik een arm om haar heen en geef ik haar een dikke kus op haar wang.
“Betekent dat ja ?” glimlacht ze.
“Ik zou niets liever willen dan jouw vriend zijn,” fluister ik.
“Dank je,” zegt ze en ik krijg een heerlijk gevoel als ze in mijn armen ligt en ik haar streel.
“Shit, daar komt iemand,” fluistert ze.
Snel lopen we wat verder, zodat we niet gezien worden door de twee personen die in onze richting langs de beek komen. We verschuilen ons tussen wat bomen, zodat wij hen wel kunnen zien, maar zij ons niet.
“Is dat Tina ?” fluistert Juliët verwonderd.
“Ja, met Yvo,” grinnik ik.
“Ik zie het,” grijnst Juliët. We kijken naar de twee, die eerst zittend gaan zoenen en na een poosje naast elkaar op de grond liggen te zoenen.
“Daar wist ik niks van,” zegt Juliët zacht.
“Yvo vindt haar al een tijdje leuk, maar durfde het nooit te zeggen,” vertel ik haar, “En Tina is een knappe meid, die wel meer jongens kan krijgen.”
“Ik had hetzelfde bij jou,” vertelt Juliët, “Alleen Anke weet dat ik jou leuk vind.”
“Ik heb het nooit tegen de andere jongens verteld,” zeg ik, ”Hé, zullen we een grap uithalen ?”
“Wat wil je doen dan ?” vraagt Juliët.
Ik laat haar een grote steen zien en zij begrijpt meteen wat ik daarmee wil.
“Doe maar,” grinnikt ze.
Met een boog gooi ik de steen in hun richting en de plons halverwege tussen ons en hen doet een aantal vogels verschrikt van de takken vliegen.
“Wat was dat ?” vraagt Yvo geschrokken.
Tina kijkt in onze richting en ze stoot Yvo aan als wij naar haar zwaaien.
“O,” zegt hij verontwaardigd, “Jullie zijn ons gevolgd.”
“Nee hoor,” zeg ik tegen de twee, “Wij zaten hier al een tijdje. Toen jullie kwamen, zijn we achter deze bomen gaan zitten.”
“Maar wat doen jullie hier met z’n tweeën ?” vraagt Yvo nu verwonderd.
“Wat doe jij hier met Tina ?” kaatst Juliët de bal terug.
Alle drie lachen we om het verschrikte gezicht dat Yvo trekt.
We lopen naar het bankje en gaan daar op zitten.
“Goh,” zegt Tina, “Ik wist het niet van jullie.”
“Ik heb hem gevraagd,” vertelt Juliët, “Hier, op dit bankje.”
De twee meiden omhelzen elkaar even. Yvo en ik geven elkaar een hand.
“Ik wist het ook niet van jou,” bekent hij, “En toch, jij was vanmiddag wel heel snel bij Juliët toen ze geblesseerd raakte.”
“Precies,” grinnik ik.
Tina vertelt dat Yvo en zij volgende week gaan duiken in Friesland.
“Leuk,” zegt Juliët en ze kijkt me aan, “Zullen wij ook iets gaan doen in de vakantie ?”
“Dat lijkt me een prima idee,” knik ik, terwijl ik mijn vriendin over haar schouders streel.
Tina trekt haar schoenen uit en loopt een stukje door het beekje. Yvo geniet ervan. Ik vind het leuk voor hem dat hij en Tina vriend en vriendin zijn geworden.
“Is het water koud ?” vraagt Yvo.
“Valt wel mee,” zegt Tina, “Jammer dat ik mijn badpak niet mee heb genomen.”
“Je kunt in je gewone kleren ook wel zwemmen,” meen ik.
“Nu niet,” grinnikt Tina, “Ik heb geen reservekleren bij me.”
Juliët heeft al een tijd niks gezegd en als ik even naar haar kijk, zie ik dat ze tegen mij aan in slaap is gevallen. Mijn arm is nog altijd om haar heengeslagen.
“Slaapt ze ?” vraagt Tina, terwijl ze haar schoenen weer aantrekt.
“Zo goed als,” mompel ik.
“Zullen we dan maar teruggaan ?” stelt ze voor.
Ik knik. Juliët opent haar ogen als ik mijn arm beweeg.
“Ik ben moe,” geeuwt ze.
“We gaan terug,” zeg ik zacht.
Met z’n vieren lopen we langs de weg. Yvo en ik samen en voor ons de twee meiden.
Als we terug zijn bij de boerderij, zien we dat er nog maar vier rond het vuur zitten. Ben en Michaël praten met elkaar en Leon en Nadine zitten samen.
“Zo,” grapt Michaël, “De heren met de dames op stap geweest ?”
Yvo bloost weer en daar moeten Leon en Nadine erg om lachen.
“Ik wil graag naar boven,” Juliët laat mijn hand los en ik laat haar maar gaan. Ze is doodmoe en we moeten morgen nog twee wedstrijden.
“Hou je gedachten morgen wel bij het voetballen, hè,” plaagt Ben, “Jullie hebben nog een hele week vakantie.”
We gaan allemaal naar boven. Leon kijkt me dankbaar aan als ik mijn slaapzak weghaal en hem vlakbij Juliët weer in het hooi leg. De ruimte die is ontstaan, is voor Nadine. Yvo heeft nog plek over en Tina kruipt dichtbij hem als hij ligt.
Juliët zegt al geen pap meer.
Boosheid alom en ook verdriet bij de Meeuwen als de halve finale is gespeeld. Wil je weten hoe dat komt ? Lees dan volgende week het achtste deel van dit verhaal.