Deel 5

 

HARM

 

Half zes. Iedereen slaapt nog volgens mij, maar ik heb geen zin meer om in mijn slaapzak te blijven liggen, dus ik sta op, pak mijn tas en ga me omkleden en wassen. Het is weer mooi weer. Niet te warm, niet te koud. Een prachtige dag om te spelen. Nou, als het vandaag net zo goed gaat als gisteren, ben ik dik tevreden. Dat ik niet altijd speel, vind ik niet erg. Ik ben de jongste van het team en fysiek niet zo sterk als de rest, maar maak veel goed door mijn lengte. Koppen is mijn sterkste kant en dat heb ik met mijn doelpunt weer laten zien gisteren.

 

Iedereen accepteert mij binnen het team. Met Pim ga ik het meeste om. Hij is de enige van het team die bij mij in de klas zit. Ik vind het leuk dat hij zo goed de statistieken van wedstrijden bij kan houden. Hij is goed in wiskunde en dat is dit jaar juist mijn slechtste vak gebleken. De keuze straks tussen Havo en VWO ligt voor mij al wel vast, hoewel dat nog een paar jaar duurt.

 

Pas in de brugklas zijn Pim en ik wat meer naar elkaar toegegroeid. We zijn allebei enigkind. Zijn vader zit in de automatisering. Mijn vader is buschauffeur geworden omdat hij geen ander werk kon vinden. Financieel zit er best wat verschil tussen ons. Pim kan alles krijgen wat hij hebben wil, terwijl mijn ouders het geld niet aan dingen uitgeven die we niet beslist nodig hebben. Ik verdien zelf wat bij met een krantenwijk, die door mijn moeder wordt gedaan als ik een keer echt niet kan. Gelukkig zijn we alle twee ochtendmens.

 

“Heb je al honger ?” hoor ik een vrouwenstem. Ik kijk naar links en zie daar de boerin staan.

“Kom maar binnen, dan maak ik een omelet voor je.”

Daar heb ik wel zin in, dus loop ik met haar mee naar de keuken, waar de boer en zijn knecht al aan tafel zitten.

“Jij bent vroeg op,” merkt de boer op.

”Dat komt omdat ik normaal een krantenwijk doe,” leg ik uit, “Dan moet je wel vroeg opstaan.”

De boerin bakt vier omeletten en die van mij gaat tussen twee boterhammen. Mmm, dat smaakt goed. Een groot glas melk gaat er ook wel in.

 

“Het gaat wel goed met jullie op het toernooi, of niet ?” zegt de boer.

“We hebben twee keer gewonnen en zitten al bij de beste 8,” vertel ik.

“Kan mijn neef nog een beetje training geven ?” vraagt de boer dan lachend.

“Walter bedoelt u ?” grinnik ik, “Ik vind wel dat hij het goed doet. We zijn een team. Iedereen kan goed met elkaar opschieten. We hebben goede leiders en dan gaat het in het veld ook best goed.”

“Kunnen die twee meiden nog een beetje voetballen ?” vraagt de knecht.

“O, ja hoor,” knik ik, “Ze zijn niets minder dan de jongens.”

“Leuke meiden ?” plaagt de knecht.

“Gaat wel,” vind ik, “Beter in ieder geval dan de meiden van school.”

 

De boer en zijn knecht gaan weer aan het werk. Ik blader wat door de regionale krant van gisteren, maar het enige waar ik op het moment echt geïnteresseerd in ben, is het weerbericht.

“Na het weekend warmer,” staat er. Nou, het is mij nu warm genoeg. Als je op het veld meer zweet door de hitte dan door de inspanning, is het niet fijn voetballen. Dan voel ik de bal langs mijn voorhoofd glijden bij het koppen. Pim kan daar ook niet goed tegen. Die verliest gewoon zijn concentratie.

 

“Wil je nog een glas melk ?” vraagt de boerin.

“Alstublieft,” zeg ik.

Als de klok half 7 slaat, ga ik maar weer eens naar buiten om te zien of er al meer wakker zijn.

 

 

LEON

 

Meteen als ik wakker word, merk ik dat ik me niet zo lekker voel. Ik heb hoofdpijn, ben wat misselijk en ik heb het erg warm. Mijn t-shirt kleeft aan mijn buik en ik ga eerst maar eens onder de douche.

“Goeiemorgen,” groet Michaël, die ik tegenkom als ik bijna bij de doucheruimte ben.  “Lekker

geslapen ?”

“Geslapen wel ja,” mompel ik, “Maar ik voel me nu niet zo lekker.”

“Je ziet inderdaad wat bleekjes,” knikt Michaël, “Ik hoop niet dat je ziek gaat worden.”

“Volgens mij moet ik overgeven,” zucht ik.

Michaël zet zijn tas neer en duwt me de doucheruimte in, waar ook een toilet staat. Soms zie ik wel eens dat hij een arm om één van onze spelers legt als dat even nodig is. Bij mij hoeft hij dat zo doorgaans niet te doen, maar nu vind ik het ook wel even prettig.

Als ik op mijn knieën voor het toilet zit, komt het eten van gisteravond er weer uit. Maar ik voel me nog steeds niet lekker als ik op het krukje naast de douchebak zit.

 

Michaël blijft bij me als ik me ga douchen. Ook de lekkere stralen die over mijn lichaam lopen, helpen niet om dat rotgevoel weg te krijgen.

“Jij zou eigenlijk weer in je slaapzak moeten kruipen,” meent Michaël.

“Ja maar ik moet spelen,” geef ik aan, “We hebben twee belangrijke wedstrijden vandaag.”

Michaël schudt zijn hoofd. “Ik laat jou zo niet meedoen,” zegt hij.

“Maar jij bent de baas niet,” meen ik.

“Walter en Ben laten jou zo ook niet spelen,” denkt Michaël.

“Dat zien we dan nog wel,” denk ik. Maar ik ga nog wel even liggen. Misschien is het om 11 uur wel over.

 

Ben komt ook even kijken als ik lig.

“Ik wil heel graag spelen vanmorgen,” geef ik aan, “Nadine komt ook kijken.”

“Ik heb ook nog niet besloten of je wel of niet speelt,” meent Ben, “Het is nu kwart voor 9. We gaan over een uur weg en voor degenen die eerder daar naartoe willen, is het om 10 uur verzamelen bij de kleedkamer.”

“Ik blijf in ieder geval niet hier,” zeg ik.

“We zien wel even, goed ?” stelt Ben voor.

“OK,” knik ik.

 

Als ik mijn ogen weer open, zit Juliët bij me.

“Gaat het weer ?” vraagt ze.

“Iets beter,” voel ik, “Hoe laat is het ?”

“Half 10 geweest,” zegt ze, “De meesten zijn al weg. Ik heb nog even wat balletjes getrapt met Anke en Sander.”

“Is de opstelling voor de wedstrijd tegen Groen-Wit al bekend ?” vraag ik.

“Volgens mij nog niet,” zegt ze, “Ben heeft alleen aan Anke gevraagd of zij weer kan spelen. Ik heb liever dat Anke vanmorgen niet meedoet. Vanmiddag mòeten we winnen, vanmorgen hoeft het niet.”

“Ik hoop wel dat ik speel,” zucht ik, “Nadine komt kijken en dan zou ik het lullig vinden als ik er naast zou staan.”

“Wat leuk dat ze komt kijken,” reageert Juliët.

“Ik ben ook wel eens met haar mee geweest als ze zwemwedstrijden had,” vertel ik.

 

Het is wel raar. Anke en Juliët mogen er zeker zijn en er zitten ook best knappe jongens in het team. Maar ik ben de enige die echte een vriendin heeft. Nadine Scholten zit bij mij in de klas en is gewoon de allertofste meid die ik ken. Ze woont vlakbij de LTS-vestiging van de VMBO-Mavo en kan lopend naar school. Een kei op het gebied van handenarbeid. Timmeren, schilderen, solderen, boren, zagen, alles kan ze. Het klikte meteen tussen ons toen we in de brugklas een keer moesten samenwerken. Nu zijn we al ruim anderhalf jaar vriend en vriendin. Waar ik graag voetbal, is zij dol op zwemmen, hoewel ze niet tot de toppers van haar club behoort.

 

In de zomervakantie zitten we of op het zwembad, of bij één van ons beiden thuis te knutselen, of met een stel op het trainingsveld van de voetbalclub. De anderen van mijn team accepteren Nadine en ze kennen haar ook allemaal. Nu wil zelfs het toeval dat mijn zusje Monique straks bij haar zusje Sylvia in de klas komt. Ze hebben elkaar leren kennen toen Sylvia een keer meekwam naar een thuiswedstrijd met haar zus en de aanstaande brugklassers zijn toen al vriendinnen geworden.

“Nadine zal het vast wel begrijpen dat je niet speelt als je ziek bent,” meent Juliët.

Ik haal mijn schouders op en pak mijn spullen bij elkaar.

 

THIJS

 

Doel: Jochem

Laatste man: Frank (aanvoerder)

Achter (v.r.n.l.): Yvo, Pim, Victor

Midden: Thijs, Ruud, Maarten

Voor: Sander, Harm, Juliët

 

Reserve: Leon, Anke en Dolf

 

De opstelling die ik verwacht heb. Leon is ziek, Anke wordt gespaard en Dolf gepasseerd omdat hij gisteren de afspraken van het team negeerde. Sander op rechtsbuiten omdat hij net zo goed is op die plek als in de spits, en Harm in de spits beter is dan op rechtsbuiten. Maarten is op snelheid natuurlijk ook inzetbaar als linkshalf.

 

Groen-Wit uit België heeft 4 punten na een 2-1 zege op Rood-Zwart en een 1-1 gelijkspel tegen Maasland. Een gelijkspel zou voor beide teams goed zijn. Groen-Wit is dan tweede en wij poulewinnaar. We zouden ons kunnen sparen voor de wedstrijd van vanmiddag.

Maar net als wij willen de Belgen de Denen ontlopen in de kwartfinale, maar dan zullen ze van ons moeten winnen.

Ze gaan erg fel van start, maar gelukkig verdedigen wij goed en kunnen we hen buiten ons strafschopgebied houden. Vooral Pim speelt goed, terwijl hij toch een grote jongen tegenover zich heeft staan.

 

Als ik me iets laat zakken, krijg ik de bal van Pim. Sander bevindt zich bijna bij de zijlijn en ik gooi de bal over de linksachter van Groen-Wit. Sander komt achter zijn man weg. Hij snijdt naar binnen en omdat Harm en Juliët worden verdedigd, prikt Sander de bal in de korte hoek. De keeper weet de bal nog net naast te tikken.

Naast de dug-out staan wel 15 supporters van de Meeuwen. Ik heb nog niet de drang om mee naar voren te gaan en als ik zie dat Ruud de hoekschop gaat nemen, blijf ik helemaal maar op het middenveld. De bal komt voor en Harm kopt hem net over. Jammer.

 

Op het andere veld klinkt gejuich. Daar is gescoord en als het Maasland is, dan zouden die met nog een treffer dichtbij de kwartfinale komen, ten koste van Groen-Wit.

De Belgen lijken wat nerveus te worden. Ze hinken op twee gedachten. Als ze aanvallen, kunnen ze scoren, maar kunnen ze ook tegen een dodelijke counter aanlopen. Blijven ze wat meer verdedigen, dan lopen ze weinig risico, maar worden ze geen poulewinnaar. Het spel wordt wat aarzelend en dat komt de wedstrijd niet ten goede.

 

Heel even kijk ik naar Ben, die vlakbij me naast de dug-out staat.

Dan komt er weer een bal van Pim. Sander trekt naar voren en een verdediger haast zich om hem niet teveel vrijheid te geven. Voor mij ontstaat opeens een gat en dan probeer ik zelf eens wat.

“Thijs !” de waarschuwing is niet nodig, want in mijn ooghoek had ik al gezien dat Ruud is meegekomen. Net voordat ik een verdediger voor me krijg, leg ik de bal opzij. Ruud haalt uit, de keeper tast mis, maar de paal staat een treffer in de weg. Juliët is er nog bijna bij, maar een verdediger schiet de bal over de zijlijn.

 

Weer gejuich op veld 2. De jongens in de dug-out van Groen-Wit lopen snel naar de middellijn. Op het pad kun je zien wie er gescoord heeft.

“2-0 voor die Rotterdammers,” mompelt één van hen, “Als ze er nog één bijmaken, zijn we de klos.”

Er komt weer een aanval van de Belgen. Yvo is net iets te laat met een verdedigende actie, waardoor de linksbuiten van Groen-Wit uit balans wordt gebracht. Vrije trap, schuin voor het doel, net buiten het strafschopgebied.

Jochem vraagt om een muur en dan komt iedereen terug, behalve Harm en Sander.

Een blonde jongen gaat de vrije trap nemen. Hij tilt de bal over de muur, waarin ik ook sta, en tot onze grote schrik slaat het leer als een granaat in de kruising. Nog voor de aftrap is gedaan, fluit de scheidsrechter voor de rust. We staan met 0-1 achter.

 

“Shit, die Belgen staan voor,” klinkt het vanaf het andere veld.

Ik voel me ook niet zo fijn en als we met z’n zestienen in de kleedkamer zitten, kun je een speld horen vallen. Yvo baalt van zijn overtreding, Jochem baalt van het tegendoelpunt. Juliët zit met gebogen hoofd. Leon ziet er nog altijd wat bleek uit. Het is een moeilijk moment voor ons team en ik hoop dat Ben iets gaat zeggen.

 

 

BEN

 

Het is een genot om naar die 14 tieners te kijken. Dat het nu stil is, is voor mij het teken dat iedereen serieus met dit toernooi bezig is, dat dit team een eenheid is. Er kan geen glimlachje af op dit moment, zelfs bij Michaël niet. Enkel het roeren van de suiker in de thee en wat geschuifel van een voetbalschoen is te horen.

“OK,” zeg ik dan, “We staan met 0-1 achter, maar het gaat goed. Ik zie leuke aanvallen en goede verdedigende acties. We gaan zo weer het veld in met dezelfde spelers. We hebben drie hele grote kansen gehad en die krijgen we in de tweede helft ook. Ik verwacht van die Belgen dat ze nu gaan verdedigen. Ze weten dat ze aan een gelijkspel voldoende hebben. Als we er snel één maken, zullen ze nerveus worden gezien de stand bij de andere wedstrijd. Vanaf dat moment hebben wij het lot van Groen-Wit en Maasland in handen.”

Michaël knikt. Hij begrijpt wat ik bedoel. De keuze is geheel aan ons wie er samen met ons naar de kwartfinale gaat. En ik weet hoe een aantal spelers van het team denkt over Maasland. Het “met veel mensen voor het doel blijven hangen” en het uit de wedstrijd schoppen van Anke heeft bepaald niet bijgedragen aan de populariteit van de Zuid-Hollanders.

 

Voor de tweede (en hopelijk laatste) keer in deze wedstrijd trappen wij af. Pim en Ruud doen dat en de bal gaat naar links. Maarten tikt de bal langs een tegenstander en gaat dan op snelheid door. Juliët trekt naar de zijlijn en maakt daarmee ruimte voor Maarten. Die schiet als hij net binnen het strafschopgebied is en de keeper moet zich helemaal strekken om die bal nog over te tikken. Wat een dot van een kans weer, maar de bal wil er maar niet in.

Ruud gaat naar de linkerhoekvlag. Maarten is al weer terug op de halfpositie, maar schuift weer in als alle Belgen, behalve twee aanvallers, terug naar het eigen strafschopgebied gaan.

Naast mij hoor ik wat gerammel en ik zie dat een aantal fanatieke vaders met de handen op de reclameborden slaan.

“Moedig hen maar goed aan,” zegt Michaël, waarop het geluid versterkt wordt door de andere fans.

 

Hoge bal van Ruud. Harm schampt de bal en nu is het de lat die een treffer in de weg staat. Op het andere veld wordt weer gejuicht en even later komt Harms broertje Dennis vertellen dat het 3-0 is geworden. Voor Maasland is dat voldoende als wij winnen. Maar hoe kunnen we winnen als we niet scoren ? Er staan zoveel fans langs de kant. Ouders, broers, zussen, zelfs enkele opa’s. Ze hebben gehoord dat we twee keer hebben gewonnen gisteren, maar zien nu tot hun teleurstelling dat we niet in staat zijn om te scoren.

 

Michaël komt even bij me staan als een speler van de Belgen bij een actie licht geblesseerd is geraakt.

“Let eens op de vrijheid van Juliët voorin,” zegt hij, “Iedereen wordt gedekt, behalve zij.”

Ik heb het gezien en ik weet wat ik doen moet.

“Pim !”

Hij kijkt mij aan.

“Linkshalf,” wijs ik naar de plek van Maarten, “Maarten naar linksbuiten. Juliët naast Harm in de spits.”

We gaan 3-3-4 spelen. Achterin wordt het geen 1 op 1, want alleen de twee aanvallers blijven voorin hangen. De rest durft blijkbaar niet verder dan de middellijn.

Weer een doelpunt op veld 2. Daar is de winnaar nu bekend. Nog 16 minuten. We worden niet nerveus. Het kan nog altijd, het hoeft niet eens. Het enige verschil tussen verliezen en niet verliezen, is de tegenstander in de kwartfinale.

 

Ruud op het middenveld is aan de bal. Tikje opzij naar Thijs. Balletje in de voet bij Sander, goede actie, bal weggetikt en weer een hoekschop.

Ruud en Thijs gaan beiden naar voren en zo blijft Pim onze enige middenvelder bij deze hoekschop. Zes aanvallers tegen acht verdedigers en een keeper. Weer lawaai van de reclameborden. Hoge bal van Ruud, vangbal van de keeper en een snelle uittrap. Pim vangt de bal op en passt naar voren. Harm kopt de bal door. Juliët glipt langs een verdediger en net voordat de bal stuitert, neemt ze hem vol op de slof. Met een sierlijke boog zwaait de bal langs de keeper in het net.

Ik doe mijn handen voor de oren, want een hels kabaal van juichende mensen en handen tegen reclameborden probeert het gejuich van de spelers te overstemmen. Michaël spring bijna een meter omhoog vlakbij me. Juliët wordt omhoog getild en ze zwaait naar ons.

“Eindelijk,” hoor ik één van de opa’s zeggen.

 

Nog 9 minuten. De Belgen zijn rijp voor de sloop. Hard schot van Ruud, de keeper pakt de bal klem.

Een stuk of vier reservespelers van Maasland komen aan de linkerkant van mijn dug-out.

“Als ze nog een keer scoren, zijn wij door,” zegt één van hen en hij wrijft zich al bij voorbaat in de handen. Ik zie Juliët even met een boze blik richting het viertal kijken. Eén van hen is de jongen die ervoor gezorgd heeft dat Anke nu verreweg het minste aantal speelminuten heeft van ons team.

 

Weer een bal op links. De laatste minuut loopt al. Aanmoedigingen van de Maasland-spelers zijn luidkeels. Alleen zij hebben nog belang bij een treffer van onze kant. De Belgen zijn allang blij dat het bij 1-1 is gebleven en willen alleen die laatste minuut nog doorkomen. Voorzet Maarten, verdediger mist. Zou het dan toch ? Juliët krijgt de bal en ze staat oog in oog met de keeper.

Maar wat doet ze nu ? Ze schiet de bal langs de paal naast het doel.

 

Vier monden vallen open van verbzing. De aanmoedigingen zijn afgelopen en de wedstrijd ook. Het is 1-1 gebleven, maar het had 2-1 voor ons kunnen zijn. De Belgische jongens feliciteren elkaar en ons.

“Die laatste had u moeten maken,” zegt de keeper tegen Juliët, “Maar ik ben blij  dat u hem naast schoot.”

“Dat was met opzet,” verklaart Juliët, “Die bal mocht er niet in, want dan was Maasland doorgegaan in plaats van jullie team. Door toedoen van Maasland heeft mijn vriendin al twee wedstrijden niet gespeeld. Dus moesten jullie door in plaats van zij.”

“Meent u dat nou echt ?” vraagt de rechtsachter.

Juliët knikt. Ze krijgt een schouderklopje van een aantal jongens en ook één van mij. Het team heeft nu vrij en de meesten gaan naar binnen om wat broodjes te kopen.


Wil je weten wie de volgende tegenstander wordt van de Meeuwen ? Lees dan volgende week het zesde deel van dit verhaal.