Deel 4

 

Tot nu toe: Het Twentse Meeuwen C1 is drie dagen op toernooi bij Rood Wit C1, dat bij het team in de competitie zat. Het team logeert op de hooizolder bij de boerderij van de neef van trainer Walter. Op de eerste dag heeft de ploeg twee overwinningen behaald. Er moet nog een derde wedstrijd gespeeld worden in de poule, maar het team is al wel door naar de kwartfinale. 

Deel 4: Gezelligheid op de avond 

SANDER

De meeste gezichten staan vrolijk als we met z’n allen buiten zitten en ons tegoed doen aan het Chinese eten dat is gebracht. Er is bami, nasi en rijst en natuurlijk allerlei andere dingen met van die moeilijke namen die je bijna niet uit kunt spreken als je een keer bij de afhaalchinees bestelt. Het eten is erg lekker, maar over de eerste dag van het toernooi ben ik niet tevreden. Goed, ik heb een keer gescoord, maar hoeveel kansen heb ik gehad ? Of ik schiet tegen de keeper, of naast het doel. Dat is op zich al balen, maar het wordt zeker niet beter als er dan ook nog gemopper overheen komt van met name Leon. Hij is best aardig, voetbalt goed, maar heeft gauw zijn mond open als er voorin niet goed gespeeld wordt. Het moment dat Ben mij wisselde voor Juliët was voor mij echt een verademing. Ik heb me direct teruggetrokken in de kleedkamer en de rest van de wedstrijd heb ik dus niet meer gezien.

Als ik in de spits sta, heb ik het liefst Juliët aan de linkerkant naast me. Zij weet beter dan Harm hoe ze mij een bal moet aanspelen en omgekeerd ook. Harm stond vrij bij die ene grote kans van mij, maar hij vroeg niet om de bal. Juliët doet dat dus wel.

“Hé, waar zit je aan te denken ?”Meteen ben ik weer in de werkelijkheid. Even staar ik naar het bord rijst in mijn handen en dan kijk ik naar degene die rechts naast me zit. Donkerbruin stekelhaar, daaronder een leuk gezicht. Normaal moet ik links kijken als ik dat wil zien.“Of je het gelooft of niet, maar ik dacht aan jou,” zeg ik dan met een glimlach.“Aan mij ?” vraagt ze verbaasd.“Ja,” knik ik, “Ik dacht eraan dat het goed draait voorin als wij naast elkaar spelen.”“Je had vanmiddag veel pech,” meent Juliët, “Maar ik hoop dat je morgen toch speelt. Groen-Wit is onze sterkste tegenstander.”“Ik heb het verprutst vandaag,” meen ik, “Morgen sta ik er naast. Let maar op.”“Nee, jij staat er niet naast,” denkt Juliët, “Jij bent de beste voorin.”“We zien wel,” zucht ik, “Zullen we over iets anders praten dan over voetbal ?”“Ga je vanavond nog wat leuks doen ?” vraagt ze.“Vanavond ?” vraag ik verwonderd, “Is er hier in de buurt iets te doen dan ?”“Dat weet ik ook niet,” merkt Juliët op, “Maar Anke wil vroeg slapen en ik heb geen zin om over een uur al in mijn slaapzak te kruipen.”“We kunnen een eindje gaan wandelen,” stel ik voor.“Goed,” knikt ze.

Ik ga verder met eten. Af en toe kijk ik naar de twee meiden. Juliët en Anke zaten op de lagere school allebei een klas lager dan ik. Behalve dat ze elkaars hartsvriendinnen zijn, wist ik niks van hen toen ze in mijn team kwamen. Nu kan ik met geen enkel ander meisje beter opschieten dan met die twee. Zelfs mijn zus Carla, zij is 10, legt het af tegen hen. Mijn gevoel voor de vriendinnen is het laatste seizoen sterker geworden. Ik heb mezelf afgevraagd wie ik zou kiezen als ik een avond mocht stappen met één van beiden. Wie vind ik de leukste ? Een paar maanden geleden wist ik het antwoord nog niet. Nu wel: het meisje dat net bij me zat. Juliët.

ANKE

Als de boer ons gewezen heeft waar we ons ‘s morgens kunnen wassen of douchen en waar de toiletten zijn, hebben we vrij. De jongens lopen al snel met een voetbal naar het weiland. Normaal zou ik meegaan, maar ik wil mijn enkel niet onnodig belasten.

Ben komt bij me als ik bij een ander weiland sta, waar een mooi lichtbruin paard loopt.“Mag ik even naar je enkel kijken ?” vraagt hij.Ik trek mijn instappers uit en dan voelt de trainer aan de gekwetste enkel.“Doet het nog pijn ?” vraagt hij.“Een klein beetje,” knik ik, “Maar ik kan er al weer aardig op lopen.”“Hij is niet dik meer,” ziet Ben, “Je moet morgen zelf maar aangeven of je kunt spelen.”“OK,” knik ik.

Terwijl de jongens een balletje trappen en hooghouden oefenen, klim ik de ladder van de hooizolder op. Hè, wat was die bami lekker. Ik ben gek op Chinees eten, maar thuis eten we het nooit omdat mijn ouders het niet lusten. Juliëts moeder wil nog wel eens Chinees halen als ze weet dat ik kom eten.Juliët en ik zitten al bij elkaar in de klas sinds we naar school gaan. Soms zou je denken dat we zussen zijn, maar dat is niet zo. We hebben veel gemeen. Allebei zijn we enigkind, allebei houden we van voetbal en allebei hebben we nog geen vriendje. Ik hoef ook nog niet zonodig. We zijn 13 jaar en ik geef meer om Juliët dan om welke jongen dan ook. We vertrouwen elkaar dingen toe die zelfs onze ouders niet weten. We steunen elkaar door dik en dun. Zelfs in de vakantie zijn we samen. Zij gaat met mij mee naar Frankrijk en daarna ga ik met haar mee naar Duitsland.

Verschillend zijn we een beetje. Juliët heeft kort donkerbruin haar, meestal stekeltjes, ik heb lang donkerblond haar tot net over mijn schouders. En Juliët durft meer dan ik. Ook op het veld wil ze nog wel eens een overtreding maken. Ik zou nooit een tegenstander bewust onderuit halen zoals die jongen van Maasland vanmorgen mij heeft getackled. Sommige mensen vinden mij te lief als voetballer, maar ik zit nu eenmaal zo in elkaar. Net zoals Michaël altijd eerlijk vlagt, zo wil ik eerlijk spelen.

Zo, even van t-shirt wisselen. Een oude korte broek, die ik vroeger aan had met trainen, is nu mijn pyjamabroek. De meeste jongens zullen wel alleen in hun onderbroek slapen. Juliët en ik doen dat niet meer sinds ongeveer een jaar.

Grappen over ons worden er niet gemaakt door de anderen. Tenminste, niet waar we bij zijn. We hebben respect voor elkaar ondanks het feit dat we niet overal dezelfde opvattingen over hebben. Ruud was bijvoorbeeld heel blij met dit voetbalweekend, terwijl Maarten er juist helemaal niet zo blij mee was in eerste instantie. Maar wat wil je. Ruuds ouders liggen in scheiding en er wordt veel gescholden bij hem thuis. Zo’n pretje zal het daar niet zijn. Bij Maarten thuis is het altijd gezellig. Hij woont op een boerderij en heeft drie broers en zussen, die regelmatig bij elkaar komen kijken als ze aan het sporten zijn.

Ik haal een boek uit mijn tas dat ik aan het lezen ben. Het gaat over twee meiden die paardrijden op de manege. Ik vind paarden wel leuk, maar ik kan niet én paardrijden én voetballen. Bovendien vind ik de club, of ruitervereniging, hoe heet dat ook al weer bij ons, niet zo leuk. “Gewone kinderen horen daar niet,” zeggen de leden van die club wel eens, “Ja, de dochter van de burgemeester, die wel, want die heeft status.” Mijn vader is een automonteur. Maar ik weet zeker dat zijn baas veel waardering voor hem heeft. En ik heb mijn vader ’s avonds bijna altijd thuis. De burgemeestersdochter ziet haar vader bijna alleen maar in het weekend en tijdens het avondeten. Die man komt niet kijken als zijn dochter een dressuurwedstrijd heeft. Mijn vader komt elke thuiswedstrijd kijken, tenzij hij toevallig een keer op zaterdag moet werken.

Maandag op de bibliotheek haal ik een nieuw boek, want dit heb ik bijna uit. O ja, de tandarts niet vergeten om half twee. En ik wil voor de zomervakantie nog een keer naar de kapper om mijn haar wat bij te laten knippen en…

MAARTEN

Zo, de eerste dag zit er bijna op. Een leuke dag voor mij. Lekker gespeeld in de wedstrijd tegen Rood-Zwart en morgen zal ik nog wel minimaal 1 volle wedstrijd spelen.In eerste instantie had ik helemaal geen zin in dit voetbalkamp. We zouden met ons gezin een weekend naar een camping gaan in België. Lekker voetballen, zwemmen, naar de disco, kijken of er leuke meiden zijn. Sharon, mijn oudste zus, moet nog niks van jongens hebben. Ze zit liever bij mijn jongere zus Kim. Sharon is 16 en Kim 11. En dan heb ik nog een broertje Nick van 8. We doen alle vier aan sport. Nick en ik spelen voetbal, Kim zit met zo’n beetje alle meisjes uit haar klas bij de volleybalclub en Sharon doet aan judo. Het is altijd erg gezellig bij ons thuis. In het weekend wordt er veel sport gekeken. Vrijdagavond zitten we in de sporthal voor Kim, zaterdag kijken we voetbal, eerst bij Nick en ’s middags bij mij. De judowedstrijden van Sharon zijn vaak op zondag. Door de week helpen we veel op de boerderij. Ik wed dat Nick de enige jongen uit zijn klas is die een koe kan melken.

Ik had me verheugd op het weekend in België. Maar achteraf is het maar goed dat we het niet hebben geboekt. Sharon heeft een belangrijk proefwerk maandag en Kim heeft een volleybaltoernooi morgen en zondag een verjaardagspartij van één van haar beste vriendinnen.

En nu zit ik hier op een andere boerderij. Nou ja, boerderij ? Meer dan een aantal koeien en een paard heb ik nog niet gezien. Maar daar ben ik hier ook niet voor. Ik ben hier om te voetballen en ik heb mijn doel al bereikt. Omdat we door zijn naar de kwartfinale, zitten we zeker bij de eerste 8. Voor ons dus in ieder geval een beker, ook al zullen we vanaf nu alle wedstrijden met 20-0 verliezen. Wij zijn één van de twee teams die na de eerste dag zeker weten dat ze in de kwartfinale zitten. Er zijn ook al twee teams die zeker weten dat ze na de wedstrijd van morgenvroeg naar huis kunnen. Ik vraag me af of die teams nog te motiveren zijn.

“Maarten.”O, dat is Ruud. Die vroeg voor het eten al of ik het voetbalweekblad heb meegenomen waar ik geabonneerd op ben.“Wil je het voetbalblad lezen ?” vraag ik.“Graag,” knikt hij.“Ik zal hem even halen,” ik loop naar binnen en klim op de trap van de hooizolder. Daar staat mijn weekendtas met daarin wat leesboeken, kleren natuurlijk en de laatste twee edities van het blad. Die pak ik eruit.“Heb je ze ?” vraagt Ruud van beneden, maar mijn aandacht gaat naar de enige slaapzak die al bezet is op het hooi.“Kom eens boven,” zeg ik tegen Ruud.“Hoezo ?” informeert hij verwonderd.“Gewoon even komen kijken,” dring ik aan.Ruud komt ook naar de zolder en hij glimlacht als hij Anke ziet.“Slaapt ze ?” vraagt hij.“Als een marmot,” knik ik.Een halve minuut kijken we naar dat lieve gezicht. Die mooie blonde haren. Het felrode t-shirt, het zwarte sportbroekje en die mooie benen. Gewoon perfect.“Ik hoop dat ze morgen weer kan spelen,” meent Ruud.Michaël komt ook de trap op.“Hoi,” groet Ruud.“Hoi,” grinnikt Michaël, “Laten jullie Anke ven met rust ? We hebben haar morgen nog hard nodig.”“Is goed,” ik volg onze grensrechter naar beneden en Ruud komt weer achter mij aan.

FRANK

Zo tegen tienen ligt het hele team in het hooi. Ik ben erg tevreden over de eerste dag. Twee winstpartijen, een plaats bij de eerste acht is nu el zeker. Als aanvoerder ben ik best trots op het team. Het seizoen was goed en dit toernooi is onze beloning. Wij boffen maar met Walter, Ben en Michaël. Het zijn de besten die ik ooit heb gehad. Michaël wil nog wel eens kritiek krijgen van het jeugdbestuur. Ik vind dat onterecht. Een slechte voetballer kan ook een goede leider zijn.

Voetbal is mijn enige hobby en het team is erg belangrijk voor mij. Deze 14 spelers vormen samen mijn vriendenclub. Als ik met vrienden ergens naartoe ga, is het altijd met één of meer van dit team. Jochem zit bij mij in de klas, 2 Havo/VWO. We zijn verdeeld over 6 klassen en twee scholen, die samen wel tot dezelfde scholengemeenschap behoren.Aanvoerder van dit stel ben ik al sinds ik in de E heb gevoetbald. De leider van toen vroeg wie het wilde en ik was de enige die mijn vinger opstak. Het is prettig dat de anderen het nog steeds accepteren. Ik doe altijd mijn best om het iedereen zo goed mogelijk naar de zin te maken. Alleen keuzes maken vind ik soms erg moeilijk. Wie moet er morgen naast staan ? Soms wordt mijn mening gevraagd. Je ziet wel dat het tussen sommige spelers wat beter loopt qua voetbal dan tussen andere spelers. Als Harm in de spits staat, kun je het beste iemand aan de zijkant hebben die hoge voorzetten kan geven. Maar als Sander daar staat, heb je iemand nodig die hem goed in de voeten kan aanspelen of iemand die dieptepasses of steekballen kan geven.

Mijn broertje Erik kijkt erg tegen mij op. Hij is de aanvoerder van Meeuwen E2. Toch raar dat we geen van beiden tegen Paul opkijken. Paul is mijn oudere broer en hij speelt in A1. Hij gaat met Ruuds zus Edith. Ik kan ook beter met Erik opschieten dan met Paul. Paul doet alleen waar hij zin in heeft en sinds hij verkering heeft met Edith, kijkt hij helemaal niet meer naar mij en Erik om. Dit seizoen is hij geen één keer bij E2 geweest, terwijl ik alle thuiswedstrijden van Erik heb gezien en hij ook vaak met vriendjes van E1 en E2 bij ons komt kijken.

Zelf heb ik nog geen zin in verkering. Jochem en ik hebben geen van beiden contact met meiden uit onze klas of meiden van onze oude groep 8. Anke en Juliët gaat nog, maar hoewel ik hen niet onaardig vind, zou ik nooit de vriend van één van beiden willen worden.

Vanmiddag heb ik nog even gekeken naar het Deense team dat meedoet aan het toernooi. Die jongens voetballen echt goed. Ze zijn al zeker van de kwartfinale, net als wij. De eerste wedstrijd wonnen ze met 5-1. Voor ons is het heel belangrijk dat we poulewinnaar worden. Als we 2e worden, stuiten we in de kwartfinale op die Denen. Als we de poule winnen, komen we ze niet eerder tegen dan in de finale. Eerst maar eens tegen Groen-Wit morgen, dan zien we wel verder.

Wil je weten hoe de Meeuwen het verder doen op het toernooi ? En wie van de tegenstanders uit de poule door één beslissende actie uit het toernooi wordt gewipt ? Lees dan volgende week het 5e deel van dit verhaal.