Tot nu toe:
Het Twentse Meeuwen C1 gaat drie dagen op toernooi bij Rood Wit C1, dat bij het team in de competitie zat. Leider Ben en grensrechter Michaël zijn er ook bij. Het team logeert op de hooizolder bij de boerderij van de neef van trainer Walter. Het team heeft zin in het toernooi en maakt zich op voor de eerste wedstrijd. Tegenstander is Maasland uit de buurt van Rotterdam.
Doel: Jochem
Laatste man: Frank (aanvoerder)
Achter (v.r.n.l.): Yvo, Pim, Victor
Midden: Thijs, Dolf, Anke
Voor: Leon, Sander, Juliët
Reserve: Maarten, Ruud, Harm
Deel 2: Begin van het toernooi
VICTOR
Linksachter, net als in de laatste competitiewedstrijd. Ik vind het prettig om daar te spelen, al zijn de meeste tegenstanders best sterk op de rechtsbuitenpositie. En mocht er een keer iemand langs mij heen glippen, dan weet ik Frank nog achter me als laatste man. Voor me staan Dolf en Anke. Die kunnen allebei goed een bal aannemen. Beter in ieder geval dan Ruud. Als je die niet zuiver in de voeten speelt, leidt dat onmiddellijk tot balverlies.
Maar als we vijf minuten bezig zijn, vraag ik me af of die lui wel een rechtsbuiten hebben meegenomen. Ik heb één keer de bal gehad, van Frank.
“Victor !”
Nu een bal van Pim. Lekker in de voet. Ik zie Anke langs haar mannetje glippen. Die is inderdaad een kop kleiner. Mijn pass gaat langs datzelfde mannetje. Anke tikt de bal naar Juliët. De voorzet komt, maar een verdediger kopt de bal weg voordat Sander gevaarlijk kan worden.
Er wordt mij wel eens verweten dat ik een te grote mond heb tegen scheidsrechters. Ja, ik durf wat meer te zeggen dan mijn ploeggenoten, maar alles wat ik zeg, is terecht. Het lijkt er trouwens op dat die Elkers die nu fluit van mij geen commentaar zal krijgen. Hij geeft Maasland een vrije trap als Thijs zijn tegenstander iets wegduwt bij een poging de bal te veroveren. En wij krijgen recht voor het doel een vrije schop als Dolf aan zijn blauw-zwart gestreepte shirt wordt getrokken. We hebben zwarte broeken. De tegenstander heeft witte. Afgrijselijk. Je kunt het precies zien als de jongens een donkere onderbroek aanhebben. Ik vind dat niet mooi.
Leon neemt de vrije trap en de keeper weet hem nog net over te tikken. Het wordt een hoekschop en omdat ik geen man heb, ga ik een keer mee naar voren. Anke laat zich iets zakken. Die begrijpt mij.
Weer wordt de bal weggekopt door een verdediger, mijn kant op. Ik tik de bal door. Juliët wil er mee het strafschopgebied in lopen, maar de scheidsrechter fluit. Buitenspel ? Juliët haalt haar schouders op. Ik had de indruk dat er nog iemand bij de keeper stond. Gauw maar terug dan.
Op het andere veld klinkt gejuich. Ik kan niet zien wie er gescoord heeft, want er staan bosjes tussen de twee velden die de thuisclub rijk is.
Sander komt bijna niet aan de bal. De verdediging van V.V. Maasland C1 doet zijn best en ik krijg bijna niks te doen. Weer het fluitje van de scheidsrechter. O, het is rust.
DOLF
“Jullie moeten mij de ballen over de grond aanspelen,” geeft Sander aan, “Ik krijg bijna alleen maar hoge ballen. Daar kan ik niets mee.”
“Je staat te dicht op het doel,” vindt Leon, “Als je over de grond aangespeeld wil worden, moet je iets terugzakken of dichter bij me komen spelen.”
“Jongens, mag ik even ?” Ben krijgt direct het woord als hij er om vraagt.
“Het gaat op zich best goed,” zegt hij, “Er wordt goed opgebouwd en we hebben een paar kansen gehad. Achterin wordt niks weggegeven. Dat is mooi. Maasland speelt duidelijk op de 0 en probeert met een counter toe te slaan. Maar dat gaat hen niet lukken. Ik laat het team even staan. Anke en Thijs, jullie mogen iets meer naar voren met de bal. Probeer maar eens wat op snelheid. Sander, jij moet je iets meer aanbieden. Je wacht nu de voorzet af en dan verlies je van die grote verdedigers. Probeer te kijken waar de bal is en zorg dat je aanspeelbaar bent. Met jouw snelheid glip je gemakkelijk langs een verdediger.
“OK,” knikt Sander en dan is het even stil.
“Stond ik echt buitenspel ?” vraagt Juliët dan.
“Nee, zeker weten van niet,” zegt Sander, “De laatste man stond bijna bij de keeper. Die grensrechter vlagde zomaar.”
“Het werd hem te gevaarlijk,” bromt Ruud.
Ik ben zelf eigenlijk best tevreden. Het loopt goed, alleen is het jammer dat we nog niet hebben gescoord.
“Dolf, schiet jij eens van buiten de 16 op doel,” vraagt Leon, “Met een beetje mazzel wordt de bal van richting veranderd als ze met z’n allen voor het doel blijven hangen.”
“Goed plan,” knik ik.
Er wordt op de deur geklopt en de beste scheidsrechter die wij sinds weken hebben, haalt ons op voor de tweede helft.
Wij mogen aftrappen. Pim en ik doen dat. De bal gaat naar rechts, naar Thijs. Die tikt de bal dan naar Leon. Leon gaat richting de achterlijn. Een verdediger tikt de bal uit en tot mijn grote verbazing geeft de assistent-scheidsrechter een ingooi voor Maasland.
Leon kijkt vragend naar de scheidsrechter, maar die corrigeert de fout van zijn assistent niet. Maar Thijs kopt de bal meteen weer naar voren. Sander krijgt de bal precies goed. Hij is sneller dan zijn tegenstander, loopt het strafschopgebied binnen en passeert de keeper in de verre hoek. Doelpunt !
1-0 voor ons ! Het hele team juicht. Ik zie Michaël bij de middellijn wel een halve meter de lucht in springen. Sander krijgt een hand van iedereen, behalve Jochem, die natuurlijk op doel moet blijven.
Maar het is nog lang. We zijn net 3 minuten bezig in de tweede helft.
Het wordt nu opletten, want Maasland komt wat meer naar voren. Dat zullen ze ook wel moeten, want anders blijft het 1-0 en daar hebben ze niks aan.
Daar komt een pass naar de man die bij mij staat. Ik loop langs hem heen en pik de bal op. Nu moet ik kiezen tussen Sander, Leon of Juliët. Juliët staat het dichtst bij en ik schop de bal naar haar. De tegenstander duwt haar in de rug en ik hoor het fluitje van de scheidsrechter. Vrije trap voor ons.
Leon komt naar links en Juliët neemt zijn positie over als rechtsbuiten. Ze laat zich nog iets meer terugzakken als Thijs komt inlopen. De vrije schop komt en dan ziek ik Thijs opeens helemaal vrij staan en de bal bij de tweede paal snoeihard inkoppen. Weer gejuich bij ons team. Ik zie onze trainer Walter staan klappen bij de dug-out. Tien minuten gespeeld na rust en het is opeens 2-0 voor ons. De keeper moppert op zijn verdedigers. Dit kan nog wel eens de beslissing zijn.
Het blijft lekker gaan. Ben laat nog niemand warmlopen. Ach, als ik nu de hele wedstrijd speel, mag Ruud vanmiddag wel voor mij in de basis. Ik mopper niet als ik niet speel.
Wat raar dat die rood-witten niet eens echt doorzetten. Goed, er komen wat aanvallen, maar verder dan 20 meter voor het doel komt Maasland niet. Een schot van afstand wordt goed gestopt door Jochem. Fijn dat die wil keepen. Vroeger was hij ook speler, maar in de E1 is hij keeper geworden. Hij wordt elk jaar beter en zou nu al wel meekunnen bij de senioren. Als ik die doelman van Meeuwen 5 wel eens zie blunderen op zondagmorgen…
De klok wijst nog 8 minuten aan als ik weer aan de bal kom. Anke schiet langs haar mannetje en ik tik de bal door.
“Goeie bal, Dolf,” hoor ik Michaël roepen. Anke sprint met de bal richting het strafschopgebied, maar wordt dan fors op de enkel getikt door de midachter van Maasland. Kermend gaat Anke tegen de grond. Juliët is er meteen bij en ze roept Ben.
Er ontstaat een kring rond Anke, die alle moeite doet om niet te gaan huilen. De dader loopt boos naar de kant, want hij heeft vijf minuten straf gekregen. En er zijn er nog maar 7 te spelen.
Ankes schoen en sok gaan uit en ze krijgt een natte doek om haar enkel. Ruud moet invallen voor haar. Ik neem dan haar positie over en Ruud mijn positie.
“Neem maar, Ruud,” geeft Leon aan.
Ruud kan hard schieten en dat doet hij nu. Een verdediger verandert de bal van richting. De keeper weet de bal nog net naast het doel te tikken. Hij moppert alweer op de verdedigers. Leon komt naar de linkerkant om de hoekschop te nemen. Voorzichtig loop ik naar voren. De bal komt eraan en ik neem hem vol op de slof. Een hard schot, dat net over de lat verdwijnt.
“Jammer, Dolf,” zegt Leon.
Maasland gelooft het wel. Zo gaat de eerste wedstrijd voor ons drie punten opleveren. Een 2-0 overwinning op Maasland. Het was een taaie tegenstander, maar we hebben de klus geklaard.
JULIET
Eigenlijk zou ik blij moeten zijn. Ik heb de hele wedstrijd gespeeld, een goede wedstrijd en we hebben met 2-0 gewonnen. Maar ik ben allesbehalve blij als ik in een hoek van het trainingsveld op een stoel zit naast mijn beste vriendin. Walter, Ben en Michaël staan er alle drie bij. Anke heeft haar enkel verpakt in ijs en zit met haar rechterbeen op een stoel. De enkel is wat dik en het zou zomaar eens kunnen dat het toernooi voor haar nu al over is.
Ben schenkt geen aandacht aan het programmaboekje met de uitslagen, dat Pim komt brengen.
“Kan ze nog spelen vanmiddag ?” vraagt de jongen.
“Laat me maar met rust,” mompelt Anke, “Ik wil even alleen zijn.”
“Kom, we brengen je naar de kleedkamer,” Michaël legt zijn arm onder haar schouder en ik pak dan haar andere arm. Pim neemt de stoel mee en zo brengen we Anke naar de meidenkleedkamer. Er staan maar twee sporttassen. Geen andere meiden dus onder de voetballers.
Als Michaël en Pim weg zijn, drukt Anke haar hoofd tegen mijn schouder. Goh, het is lang geleden dat ik haar heb zien huilen. Ik sla mijn arm om haar heen. Daarvoor is ze mijn vriendin. Wij delen echt lief en leed met elkaar.
Er wordt op de deur geklopt.
“Wie is daar ?” vraag ik.
“Michaël. Ik heb broodjes en melk voor jullie.”
Ik open de deur en Michaël komt binnen. Hij heeft vier broodjes en twee bekers melk bij zich en verdeelt dat tussen ons.
“Mag ik eens kijken ?” vraagt hij, wijzend naar Ankes enkel.
Zij knikt en Michaël haalt het ijs weg.
“Gewoon neergeschopt,” gromt hij, “Wat denk je er zelf van ?”
“Even afwachten,” meent Anke, “Vanmiddag zal wel niet meer lukken, maar ik probeer het morgen wel weer.”
“Is goed,” knikt Michaël, “We verzamelen om half vijf op dezelfde plek als vanmorgen.”
“OK,” zegt Anke en ze glimlacht. Michaël wil weglopen, maar ik hou hem tegen.
“Wat is er ?” informeert hij.
“Als het niet perse nodig is dat ik speel, mag je mij er vanmiddag wel naast zetten. Dan kan Harm ook een wedstrijd spelen.”
“Zo,” grinnikt Michaël, “En anders speel je zo graag.”
“Weet ik wel,” knik ik, “Maar als ik er toch een keer naast moet staan, dan het liefst vanmiddag.”
“We zullen zien,” belooft Michaël en dan moet hij weg, want Anke wil zich gaan douchen.
We proberen of ze kan staan en er komt een glimlach op haar gezicht als dat lukt. Voorzichtig gaat ze weer zitten om zich uit te kleden. Het shirt met nummer 8 leg ik over de rand aan de bovenkant van de kapstok. De zwarte broek volgt, evenals de sokken. Anke stopt de rest in haar tas en haalt haar handdoek en haar gewone kleren eruit.
JOCHEM
Met de twee broodjes in mijn hand en de beker melk naast me, zit ik op een stoel ter hoogte van de middellijn van het hoofdveld. Zo’n dertig stoelen zijn daar gemonteerd achter de reclameborden tussen de twee dug-outs. Ik zit te kijken naar de wedstrijd tussen een Marokkaans team van een club uit Utrecht en een team uit Zuid-Limburg, luisterend naar de naam Blauw Blauw. Het is een aardig potje voetbal, maar geen van beide ploegen creëert grote kansen. De keeper van de Limburgers heeft al twee fraaie reddingen verricht. Dat is waar ik naar kijk en wat ik leuk vind. Ik zit alleen, de meesta mensen zijn even aan het eten. Maar waarom zou je niet op de tribune mogen eten ?
Ik hoop trouwens dat beide teams een keer scoren, want dan zijn wij waarschijnlijk de enige ploeg die geen tegentreffer heeft gehad. Die Maaslanders speelden ook veel te verdedigend. Dat moet je tegen ons niet doen, want dan vraag je erom. Ik vind dat ze dom hebben gespeeld. Als ze vanmiddag weer verliezen en wij winnen of spelen gelijk, dan liggen die lui er al uit. Hun verdiende loon. Michaël was boos op de jongen die Anke uit de wedstrijd heeft geschopt. Jammer voor ons team. Ze speelt meestal wel goed en wij zijn het enige team dat niet alleen uit jongens bestaat.
De anderen zitten in de kantine. Laat mij maar lekker hier. Op school zit ik ook de hele dag al binnen. Ik ben blij dat ik nu bijna anderhalve week vakantie heb. Die leraren bleven maar met proefwerken doorgaan. Mijn rapport wordt er toch niet meer beter van. Ik heb Pim laten uitrekenen wat ik er nog aan moest doen om een bepaald cijfer te behouden op mijn eindrapport of een cijfer nog te verhogen. Alleen Engels hing nog tussen een 6 en een 7, maar als ik een 8 of hoger heb voor dat proefwerk, heb ik die 7 die ik wil wel te pakken. Het was de enige motivatie die ik de afgelopen week nog kon opbrengen.
Onze eerste wedstrijd was niet zo moeilijk. Ik verwacht dat we het vanmiddag tegen die Friezen wel wat moeilijker zullen krijgen.
Hé, werd daar hands gemaakt ? Dan is het een penalty. Ja hoor. Blauw-Blauw krijgt een strafschop op zo’n 5 minuten voor rust. Benieuwd of die Marokkaanse keeper hem kan pakken. Die spelers zijn wel goed, die uit Afrika komen. Dat zie je op televisie heel vaak. Keepers zijn vaak onzeker of gewoon niet goed genoeg om internationaal mee te kunnen komen.
Zo, die aanvoerder van Blauw-Blauw schiet de bal keihard in de kruising. Het is 1-0 voor Zuid-Limburg.
In de laatste minuten van de eerste helft dringen de Marokkanen nog wat aan, maar gescoord wordt er niet meer. Als de scheidsrechter het rustsignaal fluit, sta ik op en loop ik naar de kantine.
RUUD
Hoewel ik dit toernooi nog niet lang gespeeld heb, geniet ik wel. Het is beter dan de hele week thuis zitten, want zo gezellig is het daar niet. Mijn ouders liggen in scheiding en reageren het voortdurend af op elkaar of op ons. Met ons bedoel ik dan mijn zus Edith en ik. Edith is 16 en wat tegendraads. Als ze met Paul uitgaat, komt ze vaak veel te laat thuis. Dan wordt er gemopperd, maar ze trekt zich er toch niks van aan. Paul is de broer van onze aanvoerder Frank en hij voetbalt in Meeuwen A1. Mijn moeder maakt zelfs al verwijten dat Edith en ik zo weinig thuis zijn. Ze heeft niet door dat mijn vader en zij er zelf de oorzaak van zijn.
Hoewel ik liever wil dat ze bij elkaar blijven, heb ik mijn keuze al gemaakt. Ik kan veel beter met mijn vader opschieten. Hij rijdt wel eens mee, komt meestal kijken als we thuis spelen en we gaan regelmatig met elkaar vissen, wat na voetbal mijn grootste hobby is. Met m’n moeder heb ik niks. Het enige dat ik jammer vind, is dat ik Edith kwijt raak. Edith zal nooit voor mijn vader kiezen, omdat hij haar altijd uitscheldt.
Ik hoop dat dat uitschelden niet mijn richting opgaat als ik over een maand met mijn eindrapport kom. Blijven zitten doe ik niet, maar echt goed is het rapport evenmin. De laatste week haal ik constant vijven en die cijfers tellen zwaarder dan die van het begin van het schooljaar, toen het nog zevens en achten waren.
Spelen zal ik de tweede wedstrijd sowieso wel, maar ik vind het best vervelend dat dat in plaats van Anke moet. Anke speelt over het algemeen goed en als we haar de rest van dit toernooi moeten missen, zou dat best een aderlating zijn.
Als Juliët en Anke bij ons komen zitten, zie ik dat Anke haar gewone kleren aanheeft.
“Hoe is het nu ?” vraag ik haar.
“Eén wedstrijd rust houden,” zegt ze, “Dan moet jij de doelpunten maar maken.”
Ik glimlach. Niet alle jongens zijn even blij met die twee meiden in het team. Als het aan Yvo had gelegen, waren ze niet eens meegegaan naar dit toernooi.
Dat hangen in de kantine vind ik ook maar niks. Als ik mijn broodjes op heb, vragen Jochem en Pim of ik zin heb om te gaan kijken naar een wedstrijd.
“Is goed,” knik ik en ik loop de twee achterna.
Wil je weten hoe de Meeuwen het verder doen op het toernooi ? En welke fans de meeste indruk maken op de spelers ? Lees dan volgende week het 3e deel van dit verhaal.
Arjan Knoop (1970) is grensrechter bij DEC ’10 D1 en is een echte voetballiefhebber. Verder speelt hij accordeon en schrijft hij liedjes en verhaaltjes. Dit verhaal is geschreven in 2004.
Voor reacties:Arjan.Knoop@ziggo.nlDit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken