Hoi allemaal.
Mijn naam is Arjan Knoop, ik ben (net) 41 jaar en hou van voetbal en muziek. De meesten van jullie kennen mij wel als grensrechter van DEC '10 D1 en soms vlag ik ook bij Diepenheim Dames 2. Wanneer ik een wedstrijd heb gevlagd, maak ik ook het verslag voor de website. Wat veel mensen die mij kennen niet weten, is dat ik het ook erg leuk vind om gedichten, liedjes en verhalen te schrijven.
De komende maanden ga ik via de website een voetbalverhaal publiceren. Elke week een stukje. Gewoon eens om te kijken hoe zo'n verhaal valt bij voetballiefhebbers. Ik zou het wel leuk vinden om hierop reacties te ontvangen via de mail (mondeling mag natuurlijk ook).
Dit verhaal heb ik geschreven in 2004. Het gaat over het team Meeuwen C1 uit een kleine verzonnen plaats ergens in Twente. Het team bestaat uit 14 spelers (12 jongens, 2 meisjes, elk met een eigen karakter), een grensrechter en een leider. Het team gaat net voor de zomer op een 3-daags toernooi in de Achterhoek. Leuk aan dit verhaal is dat er steeds een stuk door een andere speler verteld wordt. In het eerste deel, verteld door leider Ben en grensrechter Michaël, wordt het team aan de lezers voorgesteld en vertrekt de ploeg naar de Achterhoek.
Geen enkel figuur uit het verhaal is gebaseerd op een bestaand persoon en geen enkele club is gebaseerd op een bestaande club.
Mochten lezers van de website dit verhaal ook (of juist niet meer) op hun mailadres willen ontvangen (voor welke club en welk team je ook speelt, het is wel leuk om er dat even bij te zeggen), stuur dan even een mailtje naar Arjan.Knoop@ziggo.nlDit e-mailadres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken (is mijn nieuwe e-mail-adres sinds vorige week).
Groet,
Arjan
DE MEEUWEN OP TOERNOOI
Deel 1: Het team vertrekt
BEN
Met genoegen zie ik dat ze er alle 14 zijn. Nee, Walter heeft dit seizoen over het team weinig te klagen gehad. Slechts een enkele keer meldde zich iemand af voor de training of een wedstrijd. Waar menig lid van het jeugdbestuur zijn twijfels had over de breedte van de selectie, hebben we het toch maar gefikst: een derde plaats in de competitie. Het beste resultaat van onze jeugdteams van dit seizoen, behalve de pupillen van F1 dan. Die werden kampioen. Ere wie ere toekomt.
Trainer Walter heeft het team beloond. Een driedaags toernooi in de Achterhoek bij Rood-Wit. Toen hij gebeld werd door de trainer met de vraag of wij wilden invallen voor een team uit Zwolle, dat niet genoeg spelers op de been kon brengen, heeft hij na kort overleg met mij geantwoord dat we graag komen. Een neef van hem heeft daar een boerderij op nog geen halve kilometer van het Rood-Wit-terrein, en wij mogen daar met z’n zestienen in het hooi slapen.
Ja, 16. Veertien spelers, grensrechter Michaël en ik, want Walter zelf slaapt ’s nachts bij zijn vrouw. Soms is het toch een voordeel om vrijgezel te zijn.
Terwijl ik naar de training sta te kijken, probeer ik me de wedstrijden tegen Rood-Wit weer voor de geest te halen. Het eerste duel hebben we daar gespeeld, begin oktober. In de stromende regen en dan tegen de tegenstander die het verst weg van onze club uit Twente. Sinds de afdelingen Twente en Gelderland samen zijn gewijzigd in district Oost, spelen de teams van de Meeuwen regelmatig tegen een team uit de Achterhoek. Zo leerden we Rood-Wit kennen.
Een aardig duel, dat geen winnaar opleverde. Het veld was niet best bespeelbaar en het zag er een lange tijd naar uit dat er niet gescoord zou worden. Uiteindelijk kwamen wij op voorsprong, maar aan enig fortuin ontbrak het daarbij niet. Er kwam een pass vanaf het middenveld op Leon, die in dit duel in de spits stond. De laatste man wilde de bal wegtrappen en dat was hem zonder meer gelukt als hij op het glibberige veld niet was uitgegleden. Nu stond Leon opeens alleen voor de keeper en zo’n kans moet je hem niet geven.
Maar de thuisclub wist de zaak nog recht te trekken door een prachtige aanval, waarbij onze verdediging helemaal werd uitgespeeld. Het werd 1-1 en ook toen stonden we al 3e en 4e, zij het dat Rood-Wit nu 3e stond met 1 punt voorsprong. Aan het eind van het seizoen was het precies andersom.
De eerste wedstrijd na de winterstop speelden we op ons sportcomplex tegen Rood-Wit. In het eerste kwartier werden we helemaal zoek gespeeld en het was maar goed dat onze keeper Jochem die middag in uitstekende vorm verkeerde, anders hadden we halverwege de eerste helft al met 0-4 of 0-5 achter gestaan. Nu bleef de schade beperkt tot 0-1. Pal voor rust scoorde onze rechtsbuiten Sander de gelijkmaker. In de tweede helft ging het gelijk op, maar geen van beide ploegen wist het net van de tegenstander nogmaals te vinden, waardoor na 70 minuten dezelfde eindstand op het bord stond als in oktober.
Derde en vierde. De twee koplopers, met allemaal spelers van 14 jaar, wonnen alle duels en moesten in hun onderlinge wedstrijden uitmaken wie er kampioen werd. De Meeuwen en ook Rood-Wit lieten in de wedstrijden tegen de nummers 5 t/m 8 nog wel eens wat punten liggen. De overige vier teams in de competitie, de meeste met eerstejaars C-jeugd, haalden alleen punten tegen elkaar.
En nu gaan we dus naar het toernooi. Donderdagavond na het eten zal een bus ons daar naartoe brengen. Er zijn 4 poules van 4 teams, met in elke poule drie Nederlandse clubs en één buitenlandse club. Allemaal C1-teams. Jongens, en ook meiden, van 12 t/m 14 jaar.
Vrijdag zullen we twee wedstrijden spelen, net als in de competitie duren die 2x 35 minuten met een kwartier rust. Zaterdagmorgen is ons derde duel, en als we bij de beste twee eindigen, spelen we ’s middags de kwartfinale en op zondag de finalerondes. De eerste acht van het toernooi krijgen een beker.
Net als in de competitie bepalen Michaël en ik wie er spelen en welke drie we als reserve houden. We mogen doorlopend wisselen, maar zoveel gebruik zullen we daar niet van maken. We hebben met het team de afspraak gemaakt dat iedereen minimaal een halve wedstrijd, en als het kan minimaal één hele wedstrijd, speelt.
Als iemand zich over zijn positie zorgen hoeft te maken, dan is dat zeker niet onze keeper Jochem. Een flinke knaap van 13 jaar die menig tegenstander van dit seizoen zo had willen ruilen met zijn eigen doelman. Hij heeft zeker punten voor ons gepakt, dan hoef ik alleen maar te denken aan het eerste kwartier thuis tegen Rood-Wit. Toch jammer dat die knul zich niet zoveel met de anderen bemoeit. Hij is wat in zichzelf gekeerd en heeft buiten de voetbal weinig vrienden.
“Ik hoop maar dat de trainer en scouts van Vitesse of De Graafschap niet komen kijken,” heeft Yvo gezegd, “Dan zijn we je volgend seizoen nog kwijt.”
Yvo is de oudste van ons team. Veertien jaar en trefzeker vanaf de penaltystip. Het zou zomaar eens kunnen dat we hem zaterdag of zondag nodig hebben voor de eerste in een strafschoppenserie. Ook opbouwend staat hij zijn mannetje. Een goede verdediger. Het enige wat aan hem schort, is zijn afkeer tegen meiden- en damesvoetbal. En dat terwijl we over twee meiden beschikken in het team. Maar goed, Yvo maakt de opstelling niet en hij heeft te accepteren dat er af en toe één of twee meiden tussen hem en het doel van de tegenstander spelen.
Nee, neem dan Frank, onze aanvoerder. Een goede verdediger van 14 jaar met een enorm spelinzicht. Je moet hem geen beslissingen laten nemen die voor het ene teamlid positief en voor het andere teamlid negatief uitvallen, maar voor de rest is hij een prima kerel.
Bij elke club schijnt ook iemand te zitten die alle uitslagen en standen bijhoudt en sommige zelfs uit zijn hoofd leert. Zo iemand die je voor de wedstrijd precies kan zeggen met hoeveel doelpunten verschil je moet winnen om nog als tweede te eindigen als die wedstrijd op het ander veld minimaal een gelijkspel oplevert voor het team dat nu op kop gaat in de poule. Zo iemand is Pim. Een opbouwende verdediger van 13 jaar. Ik hoef me over de uitslagen van de andere duels van het toernooi geen zorgen te maken. Die schrijft Pim wel in het programmaboekje dat alle deelnemende clubs vooraf hebben ontvangen. Dat onze statisticus door zijn “berekeningen” tijdens de wedstrijd wel eens een kort moment last heeft van concentratieverlies, nemen we maar voor lief.
Victor is ook een opbouwende verdediger. Een degelijke speler, die af en toe vergeet dat niet alle scheidsrechters kritiek op de leiding accepteren. In Almelo kostte hem dat 5 minuten straftijd in de voorlaatste wedstrijd van de competitie.
Maar geen enkele speler van ons heeft dit seizoen zoveel straftijd gehad als Maarten. Vooral tegen minder goede teams kun je de 12-jarige, in juni wordt hij 13, goed als snel opkomende verdediger gebruiken. Als één van de weinigen binnen ons team deinst hij er niet voor terug om een tegenstander flink onderuit te halen als die hem passeert of uitspeelt. Ik hoor wel eens ouders langs de lijn roepen dat de jongens dat veel vaker moeten doen. Maar diezelfde ouders willen dan bijna het veld in komen als hun eigen kind wat hardhandig wordt aangepakt door de tegenpartij.
De beste pass bij ons in het team wordt gegeven door onze middenvelder Dolf. Bijna in elke wedstrijd lukt het hem wel een keer om een speler alleen voor de keeper te zetten. Hij heeft een goed oog voor buitenspelsituaties. Op het middenveld is hij de oudste, 14 jaar.
Een jaar jonger is Thijs, maar hij compenseert dat door zijn lengte. Koppen is dan ook zijn specialiteit. Met hoekschoppen gaat hij altijd mee naar voren en het is hem dit seizoen twee keer gelukt om in de laatste 5 minuten van het duel een winnend doelpunt voor ons te maken. Het moet ook wel, want als er één bij ons niet tegen verliezen kan, dan is het wel deze middenvelder. Dan schopt hij tegen de deur of slaat hij woest op de knop van de douches. Meestel is het beter om dan niet tegen hem te spreken. Op onsportief gedrag tegenover een tegenstander of scheidsrechter zul je hem nooit betrappen na een nederlaag.
Ruud. Ja, dat is ook iemand voor wie de tegenpartij gedurende een wedstrijd meer bewondering krijgt. Zo op het oog lijkt hij mollig, traag en absoluut niet geschikt voor een voetbalteam. Tja, de knaap is niet de snelste van het team, maar als hij de bal voor zijn voeten krijgt, wil je niet in de baan van het schot staan. Zelfs tijdens de training durven weinig jongens van het eigen team in de muur te staan als hij een vrije trap neemt.
Met Leon hebben we nog zo’n trapspecialist in huis. Die kan een vrije trap zo mooi over een muur heen knallen. Ik geloof dat hij er zo zeker 10 heeft gemaakt in de 22 duels die we hebben gespeeld in de competitie. Leon is onze reserveaanvoerder, want ook Frank is er wel eens niet bij. Tot de winterstop heb ik hem aardig in toom moeten houden omdat hij voorin soms teveel zijn zin wil doordrijven. Maar na een goed gesprek is dat zo goed als verholpen.
De grootste plaag voor de tegenstander is meestal de jongen die het snelste is van ons team: Sander. Die dribbelt als een komeet met de bal aan de voet door de verdedigingslinie, kijkt of er iemand goed voorstaat en speelt dan af of scoort zelf. Tenminste, dat laatste hopen we, want niet alle kansen zijn aan hem besteed. Er zijn wedstrijden waarin hij vijf opgelegde kansen nodig heeft om te scoren, maar niemand neemt hem dat kwalijk zolang er een goed eindresultaat op het bord staat na het duel.
Harm, ons jongste lid, is fysiek nog wat minder dan de rest. Maar ook hij beschikt door zijn lengte over een aardige koptechniek. Af en toe komt het voor dat een tegenstander wat minder fysiek is en in dat soort wedstrijden is Harm op zijn best. Of hij kopt de bal door naar iemand anders, of hij schampt de bal richting het doel. Tegen één van de tegenstanders in de competitie heeft Harm het openingsdoelpunt gemaakt door een hoekschop van Leon strak bij de eerste paal in het doel te koppen. En met Harm als tegenstander ben je meestal ongelukkig af als je een overtreding op hem maakt. Een Leon krijg je niet snel uit balans, maar Harm hoeft geen toneel te spelen om een strafschop te krijgen.
“Doen de twee meisjes ook weer mee ?” vroeg een kijkende trainer van één van de tegenstanders in de competitie. Volgens mij was het zaterdags na Pasen.
Met “die twee meisjes” bedoelt hij Anke en Juliët. Twee hartsvriendinnen, die allebei ontzettend van voetbal houden en bij elkaar in de brugklas zitten. Is het erg om bij elke tegenstander om een extra kleedkamer te vragen ? Ik vind van niet. Buiten dat wil ik ze ook niet missen in het team. Juliët met haar scherpe voorzetten en haar harde schot. Net als Thijs kan ze aardig mokken als ze verliest, maar voor de rest is het een prima meid. En dat geldt ook voor Anke. Anke heeft iets van Sander. Ook snel aan de bal, ze rukt vaak op vanuit het middenveld. Menig tegenstander slaat het hart sneller als zij aan de bal is. Niet vanwege het feit dat ze er best knap uitziet, maar omdat ze met haar snelheid angstig dichtbij het doel komt als ze het wil. Soms vind ik haar te lief. Ze zal niet gauw een overtreding maken en zeker geen tegenstander onderuit halen als die haar passeert.
Twaalf jongens en twee meiden. O ja, en natuurlijk Michaël, op z’n Nederlands uitgesproken. Alle spelers van mijn team kunnen beter voetballen dan de 19-jarige zoon van de dokter. Geweigerd als pupillenleider door het jeugdbestuur vanwege zijn mindere voetbalkwaliteiten, maar de jongen houdt van het spelletje en, wat ik nog veel belangrijker vindt: hij is er altijd. Anderhalf jaar geleden zag ik hem een wedstrijd van F1 fluiten en omdat hij dat erg goed deed, heb ik hem gevraagd of hij bij mij de vaste grensrechter wilde worden. Nou, een betere assistent had ik me niet kunnen wensen. Hij ligt heel goed in de groep, we kunnen elkaar aanvullen als leiders zonder met elkaar te praten en met de vlag is hij gewoon eerlijk. Hoe vaak zie ik de assistent-scheidsrechter van Meeuwen 1 de vlag niet in de lucht steken terwijl er helemaal geen sprake is van buitenspel ? Als ik zo mijn wedstrijden moet winnen…. Het jeugdbestuur kan wat dat betreft de pot op. Toen we eens een net-geen-buitenspel-doelpunt tegen kregen, heeft iemand van het jeugdbestuur zijn hoofd geschud en gemompeld dat Michaël het team teveel punten kost. Michaël zelf zegt er nooit veel van, maar ik weet wat hij voelt. Ik heb dat tijdens de laatste meeting met het jeugdbestuur zelfs als voorwaarde opgegeven om verder te gaan als jeugdleider: Michaël blijft bij het team. Als ze hem niet willen, ga ik ook niet verder. Aan het jeugdbestuur de keuze.
MICHAEL
Ik denk dat ik van alle leden al een seizoen of vijf de meeste wedstrijden heb gezien. Nu is dat voor mij ook niet zo moeilijk, want voetbal is mijn enige hobby en ik speel zelf niet in een team. Dus kan ik alle wedstrijden van de Meeuwen volgen die ik wil. Op zaterdag ben ik altijd op het sportpark te vinden. Soms fluit ik een wedstrijd als één van de E- of F-teams maar 1 leider heeft bij een thuisduel. Heel af en toe vlag ik bij Meeuwen 4 of Meeuwen 5 op zondagmorgen. Ieder jaar hoor ik het jeugdbestuur klagen dat er te weinig leiders zijn, maar ik weet ook zeker dat er mensen geweigerd zijn die wel willen. “Niet geschikt,” krijg je dan te horen. Hoezo niet geschikt ? Ik kan goed met de jeugdleden opschieten, soms smeken de leiders of ik alsjeblieft bij hun team wil fluiten op zaterdagmorgen. Als ik het vraag, kan ik de auto van mijn moeder lenen als we uit moeten spelen en we hebben een ouder te weinig die kan rijden. Er is niemand zo lang in het weekend aanwezig als ik. Ik heb alle tijd om leider te zijn en ik ben niet geschikt ?
Nee, die jongeman van tegen de 25 die elke vrijdagavond uit gaat en tig glazen bier naar binnen werkt, om half 4 ’s nachts in bed komt en om 9 uur klaarstaat met de auto om vier jongens van D1 mee te nemen naar een uitwedstrijd, die is geschikt. Want die speelt in Meeuwen 3. En die leider van F2, die om de drie weken op zaterdagmorgen een vader belt of hij alsjeblieft vandaag de leider kan zijn, omdat mijnheer door de baas uit bed is gebeld. Die is geschikt. En ook die jongen uit A1 die sinds kort bij E1 assistent-leider is, maar al twee keer zonder af te melden niet is komen opdagen. Dààr moet de vereniging het van hebben. Ach, waar bemoei ik me mee ? Ik heb mijn doel bereikt. Toen Ben Riemers een assistent zocht, keek hij niet naar voetbalkwaliteiten. Zij zocht iemand waar hij van op aan kan. Iemand die het spel leuk vindt en die bij het team past. Ben is sowieso al één van de betere leiders, want die criteria die hij gebruikte voor de keuze van zijn assistent, zijn ook eigenschappen van hemzelf.
Natuurlijk kende ik alle spelers allemaal al. De groep speelt al drie jaar in deze samenstelling. Ben gaf en geeft nog steeds mij het vertrouwen dat het jeugdbestuur niet in mij heeft.
Ik heb het wedstrijdboekje doorgekeken. Van de 16 deelnemende clubs ken ik alleen Rood-Wit en onze eigen club natuurlijk. Ik vind het leuk dat er twee teams uit Duitsland, een team uit Denemarken en een team uit België meedoen. Rood-Wit heeft de vier buitenlandse clubs bewust allemaal in een andere poule gezet. Wij zijn ingedeeld in poule C en wij spelen tegen V.V. Maasland uit de buurt van Rotterdam, Rood-Zwart, dat ergens uit Friesland komt, en tegen de Belgen die Groen-Wit heten. Twee keer om 11:00 uur en één keer om 17:00 uur. En als we bij de beste twee in de poule komen, spelen we zaterdag om 17:00 uur een tweede wedstrijd.
Het belooft goed weer te worden. Niet zo heet, maar in ieder geval droog. Lekker weer om in korte broek te lopen. Ik merk dat het team er zin in heeft. Dit zijn 14 fanatieke voetballers.
We melden ons eerst in de kantine. De organisatie kijkt met een glimlach naar de veertien die eensgezind achter ons de kantine binnenkomen.
“Hoi,” mijn collega van Rood-Wit C1 geeft mij een hand, “Compleet, zie ik ?”
“Helemaal,” verzeker ik hem.
“Jullie zijn de laatsten,” vertelt hij, “De rest is al naar de campings. Jullie boffen maar met die boerderij.”
“Zijn jullie ook compleet ?”, informeer ik.
“Eén van onze middenvelders is licht geblesseerd,” hoor ik van de jongeman, die een paar jaar ouder is dan ik, “Ik denk dat hij morgen één halve wedstrijd kan spelen. De rest is er allemaal.”
“Hebben wij een kans ?“ vraagt Ben.
“Geen flauw idee,” meent de jongen, “Wat mij betreft spelen we de finale tegen elkaar.”
Ik grinnik. Ben geeft aan dat we gaan en dan rijden we het laatste stukje naar de boerderij. Het is ongeveer 400 meter.
Iedereen pakt alles meteen uit de bus. De boer komt al naar buiten en wijst ons de hooizolder. Zestien luchtbedden gaan dan achter elkaar naar boven, gevolgd door even zoveel slaapzakken. Voor mij is dit het eerste kampeerweekend ooit.
Het wordt even een stoeipartij als de jongens elkaar met hooi gaan bekogelen. Op zo’n moment laten we hen maar even. Morgen verwachten Ben en ik inspanning. Nu mogen de spelers zich ontspannen.
Juliët laat zich languit in het hooi vallen. Ik zie aan haar stralende gezicht dat ze geniet.
“Michaël ?”
Ik kijk naast me en zie Anke in het hooi zitten.
“Doen er nog meer meisjes mee ? “ vraagt ze mij.
“Weet ik niet,” ik haal mijn schouders op, “Het zou wel leuk zijn, toch ?”
Anke knikt. Ze geeuwt een keer.
“Moe ?” vraag ik.
“Een beetje,” knikt ze.
“Als je graag wilt slapen, kan dat hoor,” geef ik haar aan.
Ze haalt haar schouders op.
“Michaël, heb je even ?” dat is Ben.
Ik ga de trap af en volg hem naar de keuken van de boerderij. Daar heeft hij een papier met daarop de opstelling van de eerste wedstrijd.
“Ik heb even wat inlichtingen ingewonnen over Maasland,” zegt hij, “Het is een verdedigend team met gevaarlijke counters. Daarom ga ik met een 4-3-3 spelen, zoals altijd, met de mogelijkheid om er 3-4-3 van te maken.”
Op het papier staat de volgende opstelling:
Doel: Jochem
Laatste man: Frank (aanvoerder)
Achter (v.l.n.r.): Yvo, Pim, Victor
Midden: Thijs, Dolf, Anke
Voor: Leon, Sander, Juliët
Reserve: Maarten, Ruud, Harm
“Dezelfde opstelling als in de laatste competitiewedstrijd,” zie ik, “Allen Pim moet geconcentreerd blijven. Als hij een counter over het hoofd ziet, komen we achterin 1 op 1 te staan. En Dolf verdedigt ook niet mee.”
“Die jongens weten dat ik drie wissels heb als ze hun taken niet uitvoeren,” zegt Ben, “Bovendien verwacht ik geen counters door het midden als ze met 4-4-2 of 5-3-2 spelen.”
Ik haal mijn schouders op. Het zou kunnen. Maarten, Ruud en Harm staan er dus naast. Die zullen dat niet erg vinden. Harm is niet opgewassen tegen een stugge verdediging. Ruud heeft geen snelheid genoeg als we puur op de aanval spelen en Maarten weet dat hij er af en toe naast staat, maar moppert daar nooit over.
Het is een stuk rustiger geworden als ik weer op de hooizolder kom. Een aantal van de groep ligt al te slapen. Juliët wenkt mij en ik kom naar haar toe.
“Speel ik morgen ? “ vraagt ze zo zacht dat ik haar bijna niet kan horen.
“Linksbuiten,” fluister ik terug.
“Yes,” even maakt ze een vuist. Het is haar favoriete plek.
Vijf minuten later slaapt ze.
Wil je weten hoe het Meeuwen C1 vergaat tegen de gevaarlijke tegenstander Maasland ? Lees dan volgende week het tweede deel van dit verhaal.